Draai je tablet om verder te gaan.
WEB_24ZKIJ94_Haarlem_A1-A2 lang_ochtend_Heidi Uitloggen

Grammaticatrainer

3.2 de zin: wat is een werkwoord?

1

Sleep de woorden naar de goede plaatjes.

    schrijven

    eten

    slapen

    bellen

    drinken

    vis

    dokter

    taart

    winkel

    wortel

    Opnieuw invullen
    Wat is de regel?

    Dit is de regel:

     

    Ik drink water.
    Je drinkt water.
    We drinken water.
     
    drink, drinktdrinken noemen we een werkwoord.
     
    Elke zin heeft een werkwoord.
    We hebben heel veel werkwoorden.

    Dit zijn bijvoorbeeld ook werkwoorden: werken, kijken, gaan, hebben, liggen, wachten.

    3

    Is het een werkwoord?

    aardappel

    luisteren

    wonen

    bed

    naam

    kijken

    meisje

    lezen

    zitten

    spreken

    koekje

    bed

    zak

    kopen

    14 van de 14 goed.
    Opnieuw invullen

    4

    Lees de zin.

    Wat is het werkwoord?

    Typ het werkwoord.

    Ik woon in Amsterdam.

    woon

    We spellen de naam.

    spellen

    Je eet de tomaat.

    eet

    Jullie werken in Utrecht.

    werken

    We praten met de buren.

    praten

    U luistert naar muziek.

    luistert

    Jullie gaan naar school.

    gaan

    Ik heet Anna Visser.

    heet

    Je drinkt thee.

    drinkt

    U praat met het kind.

    praat

    10 van de 10 goed.
    Opnieuw invullen

    5

    Lees de zin.

    Wat is het werkwoord?

    Typ het werkwoord.

    Je belt de kinderen.

    belt

    U drinkt thee.

    drinkt

    Jullie kijken tv.

    kijken

    Ik koop brood.

    koop

    Je werkt in Arnhem.

    werkt

    We komen uit Syrië.

    komen

    U leert Nederlands.

    leert

    Jullie lezen het formulier.

    lezen

    Ik slaap niet.

    slaap

    We eten patat.

    eten

    10 van de 10 goed.
    Opnieuw invullen

    Foutje!

    Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.