Draai je tablet om verder te gaan.
WEB_24ZKIJ94_Haarlem_A1-A2 lang_ochtend_Heidi Uitloggen

Grammaticatrainer

2.25 het werkwoord met twee delen: ik ben op tijd weggegaan

1

Luister naar het woord.

Wat hoor je?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

2

Luister naar het woord. 

Wat hoor je?

9 van de 9 goed.
Opnieuw invullen

3

Luister naar de zin.

Lees de vraag.

Kies het goede antwoord.

Ben ik klaar met oversteken?

Ben ik klaar met oversteken?

Ben ik thuis?

Is de winkel open?

Is de winkel open?

5 van de 5 goed.
Opnieuw invullen

4

Luister naar de zin.

Wat hoor je?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

5

Luister naar de zin.

Kies het goede antwoord.

Mijn hoofdpijn is niet ...

Ik ben ...

We zijn op tijd ...

Vanmorgen ben ik te laat ...

De trein is net ...

Ben je ...

De kinderen zijn met ons ...

Haar zus is niet ...

Ik ben de gevaarlijke weg ... 

Mijn broer is net in Nederland ...

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

6

Luister naar de zin. 

Kies het goede antwoord. 

David ... de weg overgestoken.

We ... te laat opgestaan.

Mijn vriend ... met me meegegaan. 

De buren ... laat thuisgekomen. 

Hoe laat ... je weggegaan?

De griep ... na een week overgegaan.

Layla en Julia ... om 10.00 uur weggegaan. 

Mijn vader ... vorig jaar veel afgevallen. 

... jouw trein al aangekomen? 

De nieuwe winkel ... gisteren opengegaan.

Mijn ouders ... in het weekend langsgekomen.

11 van de 11 goed.
Opnieuw invullen

7

Luister naar de zin.

Zet de woorden op de goede plaats.

Hoe laat zijn jullie weggegaan?

Waarom zijn jullie al teruggekomen?

Mijn hoofdpijn is vanzelf overgegaan.

Is de e-mail aangekomen?

Haar vriendin is gisteren meegegaan.

De kinderen zijn erg vroeg opgestaan.

De prijs van de tv is meegevallen.

Onze buren zijn bij ons langsgekomen.

Mijn broer is met me meegelopen.

De nieuwe Lidl is gisteren opengegaan.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

8

Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

Hoe laat zijn jullie ...

Ik ben na jou ...

De toets is me ...

Haar broer is met haar ...

De nieuwe winkel is gisteren ...

We zijn net op Schiphol ...

Mijn vrienden zijn laat ...

De trein is in Zwolle ...

De kinderen zijn de drukke weg ...

Je bent te laat ...

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

9

Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

We ... om 20.00 thuis gekomen. 

David en John ... op Schiphol aangekomen. 

... jullie allemaal meegegaan?

De toets ... ons meegevallen. 

Layla ... te laat weggegaan.

Waarom ... jullie gisteren niet langsgekomen?

De poes ... de kamer binnengekomen.

De trein ... op tijd aangekomen.

8 van de 8 goed.
Opnieuw invullen

10

Lees de zin.

Sleep het woord naar de juiste plek in de zin.

Hoe laat zijn   jullie weggegaan?

Waarom zijn jullie   al teruggekomen?

Mijn hoofdpijn   is vanzelf overgegaan.

De e-mail is   een uur geleden aangekomen.

Ze is   niet meegegaan.

Ik ben vanmorgen   te laat opgestaan.

De prijs van de computer   is meegevallen.

We hebben   alle ramen opengedaan.

Ali is   erg laat thuisgekomen.

De nieuwe bioscoop   is gisteren opengegaan.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

11

Lees de zinnen.

Welke zin is goed?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

12

Lees de woorden.

Zet de woorden op de goede plaats. 

De nieuwe winkel is vandaag opengegaan.

Mijn vriend is niet meegegaan.

Hoe laat ben je weggegaan?

David is de weg overgestoken.

Is je hoofdpijn al overgegaan?

Ze zijn erg vroeg weggegaan.

Hij is snel teruggekomen.

David en John zijn een uur geleden aangekomen.

Layla is te laat weggegaan.

9 van de 9 goed.
Opnieuw invullen
Wat is de regel?

Dit is de regel:

 

weggaan  
Ik ga op tijd weg. Ik ben op tijd weggegaan.
   
opstaan  
We staan vroeg op. We zijn vroeg opgestaan.

 

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.