Draai je tablet om verder te gaan.
WEB_24ZKIJ94_Haarlem_A1-A2 lang_ochtend_Heidi Uitloggen

Grammaticatrainer

2.27 het werkwoord met twee delen: ik deed het raam open, ik ging op tijd weg

1

Luister naar het woord.

Wat hoor je?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

2

Luister naar het woord.

Wat hoor je?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

3

Luister naar de zin.

Lees de vraag.

Kies het goede antwoord.

Is het nu of vroeger?

Is het nu of vroeger?

Is het nu of vroeger?

Is het nu of vroeger?

Is het nu of vroeger?

Is het nu of vroeger?

6 van de 6 goed.
Opnieuw invullen

4

Luister naar de zin.

Wat hoor je?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

5

Luister naar de zin.

Wat hoor je?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

6

Luister naar de zin.

Wat hoor je?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

7

Luister naar de zin.

Zet de woorden op de goede plaats.

Mijn hoofdpijn ging niet over.

De kinderen stonden erg vroeg op.

De prijs van de TV viel erg mee.

Hoe laat gingen jullie weg?

Onze buren kwamen bij ons langs.

We deden het licht aan.

Sarah en Anna schreven het huiswerk niet op.

Deed je de deur goed dicht?

Ali bracht het boek terug.

We gaven vorige week veel geld uit.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

8

Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

Julia en David ... te veel geld uit.

Hij ... een schoon T-shirt aan.

Sarah en Anna ... het huiswerk niet op.

Ali ... het boek terug.

We ... het licht overal uit.

De nieuwe bioscoop ... vandaag open.

De kinderen ... laat thuis.

Mijn zus ... tien kilo af.

Haar ouders ... bij haar langs.

Onze vrienden ... met ons mee.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

9

Lees de zin.

Sleep het woord naar de juiste plek.

Onze vrienden gingen   erg laat weg.

Mijn hoofdpijn   ging vanzelf over.

Ze   ging met ons mee.

Ik stond vanmorgen   te laat op.

De prijs van de computer   viel mee.

We namen   de kinderen mee.

Ik   kreeg vijftig euro terug.

We schreven   jullie nieuwe adres op.

Layla   deed de deur dicht.

Mijn dochtertje nam   haar medicijnen in.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

10

Lees de zinnen.

Welke zin is goed?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

11

Lees de woorden.

Zet de woorden op de goede plaats.

Mijn vriend ging niet mee.

Ali ging erg laat weg.

David stak de straat over.

Mijn hoofdpijn ging vanzelf over.

Julia ging vroeg weg.

Ik nam een cadeau mee.

Anna zocht mooie bloemen uit.

Mohammed deed zijn oude telefoon weg.

John schreef zijn zoon in.

Anna trok een mooie trui aan.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen
Wat is de regel?

Dit is de regel:

dichtdoen  
Ik doe het raam dicht. Ik deed het raam dicht.
   
weggaan  
Hij gaat op tijd weg. Hij ging op tijd weg.
   
opschrijven  
We schrijven het adres op. We schreven het adres op.

 

Dichtdoen en weggaan zijn onregelmatige werkwoorden.

Er zijn veel onregelmatige werkwoorden.

Bijvoorbeeld: aantrekken, uitgeven, weggaan, terugkomen, uitzoeken, inschrijven, opstaan.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.