Draai je tablet om verder te gaan.
WEB_24ZKIJ94_Haarlem_A1-A2 lang_ochtend_Heidi Uitloggen

Grammaticatrainer

2.4 hij, ze, ze + werkwoord

1

Luister naar het woord.

Wat hoor je?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

2

Luister naar de zinnen.

Wat hoor je?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

3

Luister naar de zinnen.

Kies het goede antwoord.

Ze ... in Den Haag.

Layla ...

Ze ... tv.

Hij ... het adres.

Ali ... naar school.

Ali en Anna ... de school.

Layla ... het telefoonnummer.

Ali ... Nederlands.

De man en de vrouw ... de baby.

Ze ... het adres.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

4

Luister naar de zinnen.

Kies het goede antwoord.

... kopen vis.

... koopt fruit.

... schrijft het adres.

... vinden de soep lekker.

... vindt de vis lekker.

... belt een vriend.

... kijken naar voetbal.

... hoort de baby.

... luistert naar het kind.

... werkt in de keuken.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

5

Lees de zinnen. 

Kies het goede antwoord.

Ali is een man. Hij ... uit Iran.

Layla is een vrouw. Ze ... Nederlands.

De vrouw ... fruit.

De man ... cola.

De man en de vrouw ... in Enschede.

Anna is op straat. Ze ... de buurvrouw.

John en Anna zijn thuis. Ze ... de baby.

Het meisje zit op de bank. Ze ... een e-mail.

De jongen woont in Nederland. Hij ... uit Marokko. 

Sofia gaat naar school. Ze ... Nederlands.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

6

Lees de zinnen.

Welke zin is goed?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen
Wat is de regel?

Dit is de regel:

 

één persoon meer personen
   
hij werkt ze werken
ze werkt  
   
hij luistert ze luisteren
ze luistert  

 

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.