Draai je tablet om verder te gaan.
WEB_24ZKIJ94_Haarlem_A1-A2 lang_ochtend_Heidi Uitloggen

Grammaticatrainer

3.10 de zin met ‘en’, ‘maar’, ‘of’, ‘want’: Ik ga naar bed, want ik ben moe.

1

Luister naar de zin.

Kijk naar het plaatje.

Kies het goede antwoord.

45_1

Ik wil graag een auto kopen, ... ik heb geen geld.

45_2

Ik ga naar school, ... ik wil Nederlands leren.

45_3

Ik heb een zoon ... ik heb een dochter.

45_4

Wil je water ... wil je cola?

4 van de 4 goed.
Opnieuw invullen

2

Luister naar de zin.

Kies het goede antwoord.

Ik eet geen vlees ... ik eet ook geen vis.

Ik eet geen chips, ... ik eet wel koekjes.

We gaan slapen, ... we zijn moe.

Ik kom om 10 uur ... ik kom om 11 uur.

Ik drink koffie, ... ik vind koffie lekker.

Ik eet vanavond pasta ... ik eet vanavond rijst.

Adam werkt in een restaurant ... hij werkt ook in een winkel.

Ik wil je wel helpen, ... ik heb geen tijd.

We kunnen geen boodschappen doen, ... de supermarkt is dicht.

Ik ga fietsen ... ik ga lopen.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

3

Luister naar de zin.

Zet de woorden op de goede plaats.

We gaan op reis, want we hebben vakantie.

We kopen groente en we kopen fruit.

Ik ga vandaag weg of ik ga morgen weg.

We vertrekken om acht uur en we zijn om tien uur bij jou.

Ik wil een nieuwe telefoon kopen, maar ik heb geen geld.

Ga je naar huis of blijf je hier?

We willen naar het strand, maar het gaat regenen.

We gaan naar Marokko, want mijn ouders wonen daar.

Ga je naar boven of blijf je beneden?

Het meisje moet haar kamer opruimen, maar ze heeft geen zin.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

4

Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

Ik wil een e-mail sturen, ... mijn computer is kapot.

Ik ben 25 jaar ... ik woon in Apeldoorn.

Ik moet de badkamer schoonmaken, ... ik heb geen zin.

Ga je met de auto ... ga je met de fiets?

We willen voetballen, ... het regent.

Je moet naar bed, ... je bent moe!

Ali heeft een poes ... John heeft een hond.

Gaan we naar de supermarkt ... gaan we naar de markt?

We kunnen niet verhuizen, ... we hebben geen geld.

Ik heb hoofdpijn ... ik heb buikpijn.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

5

Lees de zin.

Zet de woorden op de goede plaats.

Ik hou van chips en ik hou van koekjes.

We kunnen hier eten of we kunnen daar eten.

Kees woont in Rotterdam, maar hij werkt in Dordrecht.

Ik moet boodschappen doen, want ik heb geen brood.

Ze gaat naar school en ze  heeft ook een baan.

Ik moet werken, maar ik heb geen zin.

We hebben het koud, want het raam staat open.

We willen graag op reis, maar we hebben geen geld.

Ik kom om 9.00 uur of ik kom om 10.00 uur.

Murat is te laat, want de trein heeft vertraging.

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen
Wat is de regel?

Dit is de regel:

 

Ik wil een auto kopen,

maar

ik heb geen geld.

Ik drink koffie, 

want

ik vind koffie lekker.

Ik eet koekjes  

en     

ik eet chips.

Ik drink koffie  

of

ik drink thee.

 

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.