Luister naar de woorden.
Wat hoor je?
je kan
je kunnen
we kan
we kunnen
u kunnen
u kunt
ik kan
ik kunnen
hij kan
hij kunt
ze kunt
ze kunnen
ze kan
jullie kan
jullie kunnen
Luister naar de zinnen.
Sorry, ik kan niet helpen.
Sorry, ik kunnen niet helpen.
Sorry, we kan niet komen.
Sorry, we kunnen niet komen.
Je kunnen hier wachten.
Je kan hier wachten.
Kan je even wachten?
Kunnen je even wachten?
U kunnen Nederlands spreken.
U kunt Nederlands spreken.
Jullie kan vertrekken.
Jullie kunnen vertrekken.
Ze kan de keuken opruimen.
Ze kunt de keuken opruimen.
Hij kan de keuken opruimen.
Hij kunnen de keuken opruimen.
Ze kunnen de keuken opruimen.
Jullie kunt op het station inchecken.
Jullie kunnen op het station inchecken.
Je kan hier uitstappen.
Je kunnen hier uitstappen.
Luister naar de zinnen.Kies het goede antwoord.
Ik ... niet slapen.
kan
kunnen
We ... niet slapen.
Je ... maandag een afspraak maken.
... je even wachten?
Kan
Kunnen
U ... Nederlands spreken.
kunt
Jullie ... goed schrijven.
Hij ... zelf boodschappen doen.
Ze ... goed luisteren.
Ze ... goed koken.
Je ... niet eten.
Kies het goede antwoord.
... kan niet goed schrijven.
Ik
We
... kunnen vanavond komen.
Hij
Kunnen ... boodschappen doen?
je
jullie
... kan niet werken.
Je
Kan ... vanmiddag boodschappen doen?
we
... kunnen niet komen.
Ze
... kan niet wachten.
... kan niet komen.
Jullie
... kunt een afspraak maken.
U
Kan ... vanavond komen?
Lees de zinnen.
Adam ligt in bed. Hij ... niet slapen.
... ik de dokter spreken?
Layla heeft hoofdpijn. Ze ... niet komen.
Ali en Layla zijn ziek. Ze ... niet reizen.
We zijn in de supermarkt. We ... brood kopen.
Je ... op het station inchecken.
... je vandaag een afspraak maken?
U ... goed luisteren. Dat is fijn.
Jullie ... hier even wachten.
Je bent ziek. Je ... niet eten.
Welke zin is goed?
John kan vanavond niet koken.
John kunnen vanavond niet koken.
Sarah kan Nederlands spreken.
Sarah kunnen Nederlands spreken.
Jullie kan mijn computer gebruiken.
Jullie kunnen mijn computer gebruiken.
We kan volgend jaar trouwen.
We kunnen volgend jaar trouwen.
John en Ali kan in de keuken helpen.
John en Ali kunnen in de keuken helpen.
Je kan niet slapen.
Je kunnen niet slapen.
Kan je niet slapen?
Kunnen je niet slapen?
Kan ik betalen?
Kunnen ik betalen?
U kunt goed schrijven.
U kunnen goed schrijven.
Kan je morgen komen?
Kunnen je morgen komen?
Dit is de regel:
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.