Luister naar de woorden.
Wat hoor je?
ik zal
ik zullen
we zult
we zullen
je zullen
je zal
hij zal
hij zullen
jullie zal
jullie zullen
zal je
zullen je
ze zal
ze zullen
zal ik
zullen ik
zal we
zullen we
Luister naar de zinnen.
Ik zal je helpen.
Ik zullen je helpen.
We zal je helpen.
We zullen je helpen.
Je zullen wel moe zijn, denk ik.
Je zal wel moe zijn, denk ik.
Zal je me e-mailen?
Zullen je me e-mailen?
Zal we samen koffiedrinken?
Zullen we samen koffiedrinken?
Ze zal in september naar school gaan.
Ze zullen in september naar school gaan.
Hij zal lekker slapen.
Ze zullen lekker slapen.
Ze zal lekker slapen.
Zal jullie me bellen?
Zullen jullie me bellen?
Zal ik je vanmiddag bellen?
Zullen ik je vanmiddag bellen?
Kies het goede antwoord.
Ik ... soep voor je maken.
zal
zullen
... we naar de markt gaan?
Zal
Zullen
... ik vanavond pasta maken?
Ik ... in het weekend voor je koken.
... ik een glas water voor u halen?
Jullie ... morgen mijn ouders ontmoeten.
Hij ... nu snel gaan praten.
Ze ... in oktober een zusje krijgen.
Ze ... laat naar bed gaan.
Ik ... je straks bellen.
Sleep het goede woord in de zin.
Zal ... boodschappen doen?
ik
je
ze
... zullen vanavond soep voor je maken.
Hij
We
Ze
Zullen ... me appen?
jullie
... zal wel moe zijn.
Je
Jullie
U
Zal ... brood en kaas kopen?
hij
... zullen ons helpen.
... zal me altijd helpen.
Ik
... zal het huis schoonmaken.
Zal ... je morgen bellen?
we
Lees de zinnen.
Ali is al op het station. Hij ... op je wachten.
... ik appels en bananen kopen?
Layla is nu op school. Ze ... om vier uur thuis zijn.
De kinderen zijn op school. Ze ... om half vier naar huis gaan.
... we in de stad gaan eten?
Ik ... vanmiddag op tijd komen.
... ik naar de supermarkt gaan?
... je me e-mailen?
Jullie ... eten halen. Dat is fijn.
We ... de dokter bellen.
Welke zin is goed?
John zal morgen komen.
John zullen morgen komen.
Sofia zal om acht uur thuis zijn.
Sofia zullen om acht uur thuis zijn.
Het is warm. Zal jullie genoeg drinken?
Het is warm. Zullen jullie genoeg drinken?
Zal ik voor je koken?
Zullen ik voor je koken?
De kinderen zal morgen op school eten.
De kinderen zullen morgen op school eten.
Zal je me een e-mail sturen?
Zullen je me een e-mail sturen?
Je hebt een nieuw huis. Je zal wel blij zijn.
Je hebt een nieuw huis. Je zullen wel blij zijn.
Zal we een biertje drinken?
Zullen we een biertje drinken?
Ik zal een kop koffie voor je kopen.
Ik zullen een kop koffie voor je kopen.
Hij zal morgen komen.
Hij zullen morgen komen.
Dit is de regel:
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.