Luister naar de zin.
Wat hoor je?
Als ik ben moe, ik ga naar bed.
Als ik moe ben, ga ik naar bed.
Omdat ik koorts heb, ga ik niet naar mijn werk.
Omdat ik heb koorts, ik ga niet naar mijn werk.
Als Sarah genoeg geld heeft, gaat ze op vakantie.
Als Sarah heeft genoeg geld, ze gaat op vakantie.
Omdat het koud is, draagt Ali een dikke trui.
Omdat het is koud, Ali draagt een dikke trui.
Omdat het is weekend, we gaan naar de film.
Omdat het weekend is, gaan we naar de film.
Als je fietst op die drukke weg, je moet goed uitkijken.
Als je op die drukke weg fietst, moet je goed uitkijken.
Omdat het is mooi weer, we gaan naar het zwembad.
Omdat het mooi weer is, gaan we naar het zwembad.
Als ik ben moe, ik ben niet aardig.
Als ik moe ben, ben ik niet aardig.
Als het is mooi weer is, we zitten graag buiten.
Als het mooi weer is, zitten we graag buiten.
Omdat Julia nooit sport, is ze niet fit.
Omdat Julia sport nooit, ze is niet fit.
Omdat David moet vanavond werken, hij kan niet koken.
Omdat David vanavond moet werken, kan hij niet koken.
Als het gaat hard regenen, ik wil thuisblijven.
Als het hard gaat regenen, wil ik thuisblijven.
Omdat we een kind hebben gekregen, zoeken we een groter huis.
Omdat we hebben een kind gekregen, we zoeken een groter huis.
Als je de broek wilt ruilen, heb je de bon nodig.
Als je wilt de broek ruilen, je hebt de bon nodig.
Omdat we een dure wasmachine hebben gekocht, kunnen we niet op vakantie.
Omdat we hebben een dure wasmachine gekocht, we kunnen niet op vakantie.
Omdat ik niet goed geslapen, kan ik niet goed nadenken.
Omdat ik niet goed heb geslapen, kan ik niet goed nadenken.
Als de baby heeft geslapen, gaan we naar het park.
Als heeft de baby geslapen, we gaan naar het park.
Als we een huis kunnen krijgen, gaan we trouwen.
Als we kunnen een huis krijgen, we gaan trouwen.
Omdat we een auto hebben gekocht, reizen we niet meer met de trein.
Omdat we hebben een auto gekocht, we reizen niet meer met de trein.
Omdat is mijn oma gevallen, ze kan niet goed lopen.
Omdat mijn oma is gevallen, kan ze niet goed lopen.
Zet de woorden op de goede plaats.
Als het niet meer regent, gaan we naar buiten.
Als jij op de kinderen past, doe ik de boodschappen.
Omdat de markt goedkoop is, kopen we daar fruit en groente.
Omdat we niet te veel eten, zijn we niet dik.
Als de kinderen thuis zijn, ga ik koken.
Omdat mijn computer kapot is, kan ik niet e-mailen.
Als jij voor me kookt, maak ik de keuken schoon.
Omdat mijn buurman ziek is, doe ik boodschappen voor hem.
Als we een vrije dag hebben, gaan we samen winkelen.
Omdat ik van vis hou, koop ik elke week vis op de markt.
Lees de zin.
Sleep het woord naar de juiste plek.
Als het morgen mooi weer is, gaan we fietsen.
Omdat ik het druk heb, kom ik vanavond niet.
Als het weekend is, gaan we samen fietsen.
Omdat Anna geen fiets heeft, loopt ze altijd naar haar werk.
Als u een klacht hebt, kunt u ons bellen.
Omdat ik van zoete dingen hou, koop ik vaak koekjes.
Als je honger hebt, kan je naar de kantine gaan.
Omdat ik veel met de trein reis, heb ik een abonnement.
Omdat mijn dochtertje ziek is, ga ik niet mee.
Als ik weer geld heb, ga ik een laptop kopen.
Lees de zinnen.
Welke is goed?
Omdat het warm is, drink ik veel water.
Omdat het warm is, ik drink veel water.
Als we bijna thuis zijn, sturen we een berichtje.
Als we bijna thuis, sturen we een berichtje.
Omdat iedereen laat thuis is, eten we pas om 21.00 uur.
Omdat iedereen laat thuis is, we pas om 21.00 uur eten.
Als mijn ouders genoeg geld hebben, komen ze naar Nederland.
Als mijn ouders hebben genoeg geld, komen ze naar Nederland.
Omdat het Koningsdag is, hebben we vandaag vrij.
Omdat het is Koningsdag, hebben we vandaag vrij.
Als je kan me helpen, zijn we snel klaar.
Als je me kan helpen, zijn we snel klaar.
Omdat ik van kinderen hou, help ik graag op school.
Omdat ik hou van kinderen, help ik graag op school.
Als je met je moeder gaat skypen, moet je me roepen.
Als je met je moeder gaat skypen, je moet me roepen.
Omdat Layla heel handig is, heeft gevonden ze snel een baan.
Omdat Layla heel handig is, heeft ze snel een baan gevonden.
Als we vertrekken op tijd, halen we de trein van 9.00 uur.
Als we op tijd vertrekken, halen we de trein van 9.00 uur.
Lees de woorden.
Als ik klaar ben, bel ik je.
Omdat het koud is, doe ik de verwarming aan.
Als het droog is, ga ik fietsen.
Omdat John te dik is, wil hij gaan sporten.
Als we genoeg geld hebben, kopen we een auto.
Omdat ik geen honger heb, eet ik niks.
Omdat de baby ziek is, kunnen we niet weg.
Als ik dorst heb, drink ik een glas water.
Omdat Adam bezoek krijgt, koopt hij lekkere dingen.
Omdat mijn wasmachine kapot is, wast mijn buurvrouw mijn kleren.
Dit is de regel:
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.