Draai je tablet om verder te gaan.
WEB_24ZKIJ94_Haarlem_A1-A2 lang_ochtend_Heidi Uitloggen

Grammaticatrainer

12.4 verkleinwoorden: het zusje, het broertje

1

Luister naar het woord.

Lees het woord.

Kijk naar de plaatjes.

 de zus

zus

 

 het zusje

zusje

 

 de broer

broer

 

 het broertje

broertje

 

 de vis

vis

 

 het visje

visje

2

Luister naar het woord.

Wat hoor je?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

3

Sleep de woorden naar het goede plaatje. 

de fles

het flesje

de tafel

het tafeltje

de hond

het hondje

Opnieuw invullen

4

Sleep de woorden naar het goede plaatje.

de taart

het taartje

de poes

het poesje

de trui

het truitje

Opnieuw invullen

5

Luister naar de zin.

Wat hoor je?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

6

Luister naar het woord.

Klik op het goede plaatje.

6 van de 6 goed.
Opnieuw invullen
Wat is de regel?

Dit is de regel:

 

de zus het zusje
het kind het  kindje
de taart het  taartje
de dochter het  dochtertje
de bon het  bonnetje

 

Alle verkleinwoorden zijn het-woorden.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.