Draai je tablet om verder te gaan.
WEB_24ZKIJ94_Haarlem_A1-A2 lang_ochtend_Heidi Uitloggen

Grammaticatrainer

2.18 het werkwoord: ik ben gebleven

1

Luister naar de zin.

Wat hoor je?

8 van de 8 goed.
Opnieuw invullen

2

Luister naar de zin. 

Lees de vraag.

Kies het goede antwoord.

Ben ik nu in Marokko?

Ben ik nu in Marokko?

Ben ik klaar met douchen?

Ben ik klaar met douchen?

Valt hij nu van de trap?

Zijn we nu in Nederland?

6 van de 6 goed.
Opnieuw invullen

3

Luister naar de zin.

Wat hoor je?

6 van de 6 goed.
Opnieuw invullen

4

Luister naar de zin.

Wat hoor je?

6 van de 6 goed.
Opnieuw invullen

5

Luister naar de zin.

Wat hoor je?

6 van de 6 goed.
Opnieuw invullen

6

Luister naar de zin.

Kies het goede antwoord.

We zijn drie dagen ziek ...

John is te laat ...

Het kind is uit de stoel ...

Zijn jullie in het park ...?

Zijn jullie binnen ...?

Ik ben niet naar buiten ...

6 van de 6 goed.
Opnieuw invullen

7

Luister naar de zin.

Kies het goede antwoord.

Waarom ... jullie te laat gekomen?

De kinderen ... op school gebleven.

Hij ... naar zijn werk gegaan.

Ze ... op straat gevallen.

Waarom ... jullie te laat gekomen?

Ik ... bij mijn ouders geweest.

6 van de 6 goed.
Opnieuw invullen

8

Luister naar de zin.

Zet de woorden op de goede plaats.

Ik ben heel erg ziek geweest.

Ik ben niet naar school gegaan.

De meisjes zijn naar huis gegaan.

We zijn in 2015 naar Nederland gekomen.

David is de hele dag binnen gebleven.

Mijn moeder is buiten gevallen.

6 van de 6 goed.
Opnieuw invullen

9

Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

Ben je ...?

Zijn jullie in Amsterdam ...?

We zijn hier om 14.00 uur ...

Ali is bij zijn moeder ...

Julia is naar haar ouders ...

Ze is hier niet ...

6 van de 6 goed.
Opnieuw invullen

10

Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

De baby ... verkouden geweest.

Ik ... naar school gegaan.

Hoe laat ... jullie gekomen?

De kinderen ... niet gevallen.

Hij ... de hele dag op school gebleven.

Je ... dit jaar nog niet ziek geweest!

6 van de 6 goed.
Opnieuw invullen

11

Lees de zin.
Sleep het woord naar de juiste plek.

Anna is   te laat gekomen.

Ze is hier   een uur gebleven.

We  zijn   lang in de winkel geweest.

Ali is niet   naar de sportschool gegaan.

Hij is   ziek geweest.

Ik ben   twee keer gevallen.

6 van de 6 goed.
Opnieuw invullen

12

Lees de zinnen.

Welke zin is goed?

6 van de 6 goed.
Opnieuw invullen

13

Lees de woorden.

Zet de woorden op de goede plaats.

Julia is verkoopster geweest.

Mijn ouders zijn niet in Nederland gebleven.

De bus is om 9.00 uur gekomen.

Mijn moeder is bij de baby gebleven.

De baby is erg ziek geweest.

We zijn met de trein gegaan.

Ik ben op het station gevallen.

7 van de 7 goed.
Opnieuw invullen
Wat is de regel?

Dit is de regel:

 

Ik blijf. Ik ben gebleven. We zijn gebleven.
     
Je blijft. Je bent gebleven. Jullie zijn gebleven.
U blijft. U bent gebleven.  
     
Hij blijft. Hij is gebleven. Ze zijn gebleven.
Ze blijft. Ze is gebleven.  

 

Blijven is een onregelmatig werkwoord.

Er zijn veel onregelmatige werkwoorden.

Bijvoorbeeld: komen, gaan, vallen, zijn.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.