Dit is de regel:
| Ik blijf. |
Ik ben gebleven. |
We zijn gebleven. |
| |
|
|
| Je blijft. |
Je bent gebleven. |
Jullie zijn gebleven. |
| U blijft. |
U bent gebleven. |
|
| |
|
|
| Hij blijft. |
Hij is gebleven. |
Ze zijn gebleven. |
| Ze blijft. |
Ze is gebleven. |
|
Blijven is een onregelmatig werkwoord.
Er zijn veel onregelmatige werkwoorden.
Bijvoorbeeld: komen, gaan, vallen, zijn.