Draai je tablet om verder te gaan.
WEB_24ZKIJ94_Haarlem_A1-A2 lang_ochtend_Heidi Uitloggen

Grammaticatrainer

2.20 het werkwoord: ik werkte

1

Luister naar het woord.

Wat hoor je?

8 van de 8 goed.
Opnieuw invullen

2

Luister naar de zin.

Lees de vraag.

Kies het goede antwoord.

Is het nu of vroeger?

Is het nu of vroeger?

Is het nu of vroeger?

Is het nu of vroeger?

Is het nu of vroeger?

Is het nu of vroeger?

6 van de 6 goed.
Opnieuw invullen

3

Luister naar de zin.

Wat hoor je?

6 van de 6 goed.
Opnieuw invullen

4

Luister naar de zin.

Wat hoor je?

6 van de 6 goed.
Opnieuw invullen

5

Luister naar de zin.

Kies het goede antwoord.

Anna ... een uur.

Mijn moeder ... veel.

Het kind ... de hele dag.

Hij ... de trein.

... jullie de opdracht?

De tv ... 100 euro.

6 van de 6 goed.
Opnieuw invullen

6

Luister naar de zin.

Zet de woorden op de goede plaats.

Sarah stopte in januari met de cursus.

Mijn oma gebruikte vroeger geen wasmachine.

Ze pakten hun agenda.

Ali snapte de opdracht niet.

Hij pakte snel zijn telefoon.

Mijn vader werkte ook in het weekend.

6 van de 6 goed.
Opnieuw invullen

7

Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

Hij ... vroeger alleen maar over voetballen.

Ik ... op Schiphol.

We ... een grote pizza.

De bus ... bij mijn huis.

Ik ... de trein.

De meubels ... samen 300 euro.

6 van de 6 goed.
Opnieuw invullen

8

Lees de zinnen.

Welke zin is goed?

6 van de 6 goed.
Opnieuw invullen

9

Lees de woorden.

Zet de woorden op de goede plaats.

We stapten in de trein.

Mijn dochter rookte vroeger.

De pizza smaakte erg lekker.

De trein stopte overal.

De docent praatte met ons.

Ik werkte in een supermarkt.

6 van de 6 goed.
Opnieuw invullen
Wat is de regel?

Dit is de regel:

 

nu vroeger  
Ik werk. Ik werkte. We werkten.
     
Je werkt. Je werkte. Jullie werkten.
U werkt. U werkte.  
     
Hij werkt. Hij werkte. Ze werkten.
Ze werkt. Ze werkte.  

 

Praat je over vroeger?

Gebruik je bijvoorbeeld werken, maken, pakken, kosten, stoppen?

Gebruik -te(n).

 

Ik werkte.

Ik maakte.

Ik pakte.

We rookten.

We stopten.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.