Draai je tablet om verder te gaan.

11 Wat gaan we doen?

Ik wil een paar dagen vrij

1 Routines oefenen

1

Luister naar de zin.

Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

... jij het adres van Fiona?

We gaan ... naar België.

Kan ik morgen vrij ...?

Dat is een goed plan. Ik ga het ...

Ik weet het niet ...

... jij het even aan de docent?

Ik wil de prijs van deze broek ...

Hij praat veel ... zijn werk.

De kinderen ... op het schoolplein.

9 van de 9 goed.
Opnieuw invullen

2

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

 Weet jij de naam van die vrouw? Hoe heet ze?

Donderdag en vrijdag neem ik vrij. Dan ben ik niet op mijn werk.

Priya wil vakantie nemen. Eerst moet ze toestemming vragen aan haar baas.

Opnieuw invullen

3

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Waar ben je nu? Sta je op het station?

Olga en Zina praten vaak over hun kinderen.

Zaterdag gaan we gezellig een dagje uit, naar het strand.

Opnieuw invullen

4

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Zondag gaan we op bezoek bij Pauls ouders. Gezellig!

Ik ga een paar dagen weg: van woensdag tot en met vrijdag ben ik niet thuis.

Ik koop niks meer bij die dure winkel. Dat is geld weggooien.

Opnieuw invullen

5

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

We wachten al twintig minuten op de trein.

Ik denk het, maar ik weet het niet zeker.

Kun je twee dagen vrij nemen op je werk?

Opnieuw invullen

6

Wat hoort bij elkaar?

Hoe laat gaat onze trein? Ik weet

het niet zeker.

Waar is de Hema? Ik vraag

het even.

Wanneer is de vakantie? Ik wil

het precies weten.

Opnieuw invullen

7

Luister naar de zin.

Lees de zin.

Kies de goede reactie.

Wat doen jullie morgen?

Volgende week neem ik vrij.

Hebben jullie dit weekend plannen?

Wat een goed idee!

Tweehonderd euro voor een jas vind ik veel te duur!

Wat doe je?

6 van de 6 goed.
Opnieuw invullen

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.