Werk samen. Praat samen.
A kiest een vraag.
A stelt de vraag aan B.
B geeft een antwoord met ‘want’.
Wissel daarna van rol.
Kies een nieuwe vraag.
1. Kom je zaterdag naar mijn feest?
2. Wil je me helpen met mijn huiswerk?
3. Mag ik je laptop gebruiken?
4. Kun je in de vakantie voor mijn poes zorgen?
5. Kun je vrijdag op mijn kind passen?
6. Kun je me in het weekend helpen met verhuizen?