Draai je tablet om verder te gaan.

11 Wat gaan we doen?

Sorry, dat kan niet

1 Routines oefenen

1

Luister naar de zin.

Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

Ik wil je advies ...

Mijn zoon is ... sterk.

Is dat ... 

Hij moet ... luisteren.

Ze ... dat niet.

We hebben al andere ...

Morgen ben ik ...

Ik wil ... te laat naar huis.

8 van de 8 goed.
Opnieuw invullen

2

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Younes heeft een probleem. Hij vraagt advies aan zijn broer.

Mia helpt andere mensen nooit. Ze doet egoïstisch.

Ik kan niet goed fietsen. Dat vind ik lastig.

Opnieuw invullen

3

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Tesfay heeft 3 uur geslapen. Hij is ontzettend moe.

Ik ben heel erg moe. Ik wil beslist niet met je naar de stad.

Khalil houdt niet van zwemmen. Hij is bang voor water.

Opnieuw invullen

4

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Alleen auto rijden vind ik eng. Ik durf het niet.

Dat is geen goed idee. Niet doen!

Je moet niet zo vervelend doen. Dat vind ik niet leuk.

Opnieuw invullen

5

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

We hebben geen huisdier. Mijn moeder wil dat niet.

Dit weekend kan ik niet: ik heb al andere plannen.

Tatiana vindt Nederlands spreken moeilijk. Ze moet gewoon oefenen.

Opnieuw invullen

6

Wat hoort bij elkaar?

Is dat zo?

Klopt dat?

Niet doen!

Stop!

Dat kan niet.

Dat is niet mogelijk.

Dat vind ik lastig.

Dat is moeilijk.

Ik durf het niet.

Ik ben bang.

Opnieuw invullen

7

Luister naar de zin.

Lees de zin.

Kies de goede reactie.

Kun je vanavond oppassen?

Is Lina thuis?

Sara vindt honden eng.

Ik doe tandpasta op mijn brood.

4 van de 4 goed.
Opnieuw invullen

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.