Draai je tablet om verder te gaan.

14 Mijn zus woont in Zweden

We lijken op elkaar

1 Verstaan en nazeggen

1

Luister naar de zin.
Wat hoor je?

9 van de 9 goed.
Opnieuw invullen

2

Luister naar de zin.
Welk woord hoor je?

9 van de 9 goed.
Opnieuw invullen

3

Luister naar de zin en zeg na.

Ik heb de foto op zolder gevonden.
Wat een leuke jongen, hè!
Ik lijk enorm veel op hem.
We hebben dezelfde ogen.

Onze neus is hetzelfde.
Tim sport graag in het weekend.
Hij rookt de ene sigaret na de andere.
We lijken helemaal niet op elkaar.
Laila lijkt meer op mijn moeder.
Ze hebben hetzelfde haar.
Mijn oom maakt vaak grapjes.
We wandelden door de stad.
Hij is net zo grappig als Yousef. 
We zijn allebei heel sociaal.
Dat kan gebeuren.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.