Lees de woorden.Kijk naar de plaatjes.Zet de woorden bij de goede plaatjes.
de foto
de fotograaf
de ring
de kapper
de bloem
het boeket
de bus
de oma
de opa
het hotel
het stadhuis
het pak
de trouwjurk
Lees de zin.Kies het goede antwoord.
In de tuin staan veel ... met mooie kleuren.
bloemen
broeken
Maya en Alex gaan trouwen. Hun ... is op 20 mei.
bruiloft
opvang
U kunt de bestelling ... in de winkel.
ophalen
opvoeden
Ik schrijf een kaartje voor Alaa. Doe jij het kaartje op de ...?
bank
bus
Op het feest komen vijftig ...: familie en vrienden.
gasten
tantes
We kunnen niet stoppen. We moeten ...
doorgaan.
uitgaan.
Heb je veel ... gemaakt op vakantie?
folders
foto's
Ze trouwen vandaag. Morgen gaan ze op ...
huwelijksreis.
schoolreisje.
Je haar is te lang. Wanneer ga je naar de ...?
kapper
klassenouder
Deze meubels zijn niet ... Ze zijn al heel oud.
gelukkig.
modern.
Mijn ... is al oud, maar ze fietst nog iedere dag.
oma
oven
We huren deze ... voor ons bedrijf.
route
ruimte
Peter mag in de winkel zelf een cadeau ...
opruimen.
uitzoeken.
Mag ik u dit prachtige ... bloemen aanbieden?
boeket
pakje
Morgen hebben we een toets. Dat vind ik heel ...
spannend.
stevig.
Aisha krijgt een kindje. Ze ... de baby in april.
verwacht
verzendt
In Nederland kun je trouwen in het ...
postkantoor.
stadhuis.
Die vrouw draagt een ... Ze gaat vandaag trouwen.
rugzak.
trouwjurk.
Ik ben je naam ... Hoe heet je?
gemerkt.
vergeten.
Lees de zin.Sleep het goede woord in de zin.
We gaan met het vliegtuig op huwelijksreis.Deze ruimte is groot genoeg voor vijftig mensen.Muna ontmoet vandaag de familie van haar vriend. Ze vindt het spannend.
Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.
Je mag een nieuwe jas uitzoeken. Welke vind je mooi?
Hij kan niet stoppen met praten. Hij blijft doorgaan.
Ik kom niet vaak in deze winkel, want ik houd niet zo van moderne kleding.
Pegah draagt een dure ring om haar vinger.
We gaan naar België. We slapen twee nachten in een hotel.
In mijn land duurt een bruiloft soms drie dagen. Het is een groot feest.
Mag ik een pen lenen? Ik ben mijn pen vergeten.
Woensdag hebben we sportdag op school. We verwachten een leuke dag!
Mijn fiets is gerepareerd. Ik ga hem vandaag ophalen.
Wat hoort bij elkaar?
de kleding
de locatie
de familie
het haar
de brief
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.