Draai je tablet om verder te gaan.

6 Met de trein of met de bus?

Mag ik u wat vragen?

1 Doe de taak

De weg vragen

1

Luister naar de tekst en lees mee.

 

Waar is de H&M?

Heba en haar moeder zijn in een winkelcentrum.

Ze gaan samen winkelen.
Ze kennen het winkelcentrum niet zo goed.

Moeder

Waar wil je eerst naartoe?

Heba

Ehh, de H&M?

Ik moet kleren voor de kinderen kopen.

Moeder

Oké, eerst H&M en dan de Zeeman.

Maar waar is de H&M?

Ik weet het niet meer.

Ik zie daar de Action.

Moeten we niet terug?

Heba

Nee, volgens mij niet.

We zijn niet slim, mam!
Maar ik ga het wel vragen.

Meneer, mag ik u wat vragen?

Man

Natuurlijk.

Heba

We zoeken de H&M.
Weet u waar die is?

Man

Ja hoor, dat kan ik makkelijk uitleggen.
Je loopt eerst nog een stuk rechtdoor, tot de Etos.

Heba

Ja.

Man

Bij de Etos ga je naar rechts.
En dan ... even kijken ... neem je de tweede straat links.

Dat is bij de Jumbo.

Ja, bij de Jumbo ga je naar links.
En de H&M zit aan de rechterkant, geloof ik.

Tegenover de Zeeman.

Heba

Dus bij de Etos rechts en bij de Jumbo links. Duidelijk. Bedankt!

2

Teken de route. Gebruik opdracht 1.

Hoe lopen Heba en haar moeder?

Thema 6 taak 2 plattegrond nieuw

 

3

Werk samen. Luister naar het gesprek. Lees de zinnen hardop.

A begint.

Wissel daarna van rol.

De weg vragen

A: Mag ik u wat vragen?

B: Natuurlijk.

A: Ik zoek de H&M.

      Weet u waar de H&M is?

B: Ja hoor, dat weet ik.

      Je loopt eerst rechtdoor.

      Bij de Etos ga je naar rechts.

      Dan neem je de tweede straat links.

      De H&M zit aan de rechterkant.

      Tegenover de Zeeman.

A: Duidelijk, bedankt!

4

Werk samen. Maak het gesprek af. Gebruik de afbeelding.

A zoekt het station.

A vraagt de weg.

B kijkt naar de afbeelding en geeft antwoord.

A: Mag ik  ?

B:  .

A: Ik zoek  .

      Weet u  ?

B: Ja hoor, dat weet ik.

      Je neemt de eerste straat  .

      Dan de tweede straat  .

      En dan  .

      Het station zit  .

A: Oké,  .



thema 6-taak 2-4-H-100�

5

Werk samen. Lees het gesprek van opdracht 4 hardop.

A begint.

Wissel daarna van rol.

6

Werk samen. Praat samen. Gebruik de afbeelding.

A begint.

Wissel daarna van rol.

 

A vraagt de weg naar de Albert Heijn.

B kijkt naar de afbeelding en geeft antwoord.

 

A: Mag ik ...?

B: ...

A: Ik zoek ...

      Weet u ...?

B: Ja hoor, ...

      Je loopt eerst rechtdoor.

      Je neemt ...

      Dan ...

      En dan ...

      De Albert Heijn zit ...

A: Oké, ...

 

thema 6-taak 2-5-H-100�

7

Werk samen. Praat samen. Kijk naar de foto's.

A begint.

Wissel daarna van rol.

 

A kiest een foto.

A vraagt de weg.

B geeft antwoord.

B bedenkt het antwoord zelf.

 

shutterstock_1536094289 300 shutterstock_1518951551 300

shutterstock_1179222367 300 shutterstock_215217061 300

8

Werk samen. Geef de route naar je huis.

A begint.

Wissel daarna van rol.

 

A is op school. De les is klaar.

A gaat naar het huis van B.

A komt op bezoek.

A vraagt: hoe moet ik reizen?

B geeft informatie.

9

Werk samen. Wat zeg je?

Je vraagt de weg aan iemand. Je krijgt antwoord, maar:

  1. je begrijpt de woorden niet.
  2. iemand spreekt te snel.
  3. iemand geeft antwoord in het Engels.

 

Wat kun je zeggen?

10

Schrijf een bericht.

Je hebt Nederlandse les. Je weet niet waar de les is. Je stuurt een bericht naar een andere cursist.

Stuur naar je docent

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.