Draai je tablet om verder te gaan.

5 Dit is mijn huis

Deze tafel wil ik wel

1 Woorden oefenen

1

Lees de woorden.
Kijk naar de plaatjes.
Zet de woorden bij de goede plaatjes.

de lamp

de kast

de meubels

de folder

Opnieuw invullen

2

Lees de woorden.
Kijk naar de plaatjes.
Zet de woorden bij de goede plaatjes.

een blauwe stoel

een witte stoel

een rode stoel

een zwarte stoel

Opnieuw invullen

3

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

... van deze koelkast is 199 euro.

Ik woon in de Raamstraat. In ... straat woon jij?

Twee is de ... van vier.

Hamza en ik leren Nederlands. ... gaan drie keer per week naar school.

Op een ... zijn de winkels meestal niet open.

Emma koopt een bank. Zij betaalt minder, want zij krijgt ...

In deze winkel is nu ... Alles is heel goedkoop!

De kleren hangen in de ... in de slaapkamer.

Op de markt kan je veel ... groente kopen.

We hebben fruit en yoghurt. Ik neem fruit. Wat ... jij?

Je krijgt vandaag 25 ... korting op alle kleren in deze winkel!

Ines helpt een ... in de winkel.

Selma en ik hebben een zoon. ... zoon is drie jaar.

Ik zie een aanbieding in de ... van de supermarkt.

Ik wil graag ... over de openingstijden van de gemeente.

15 van de 15 goed.
Opnieuw invullen

4

Lees de zin.
Sleep het goede woorde in de zin.

Hoeveel kost deze laptop? Wat is de prijs?
Deze bank kost 800 euro. Dat vind ik te duur.
Het adres van de winkel staat op de website.
Ga je alleen naar de stad of gaan we samen?

Opnieuw invullen

5

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Welke telefoon vind je mooi? De blauwe of de rode?

Lea koopt meubels voor haar nieuwe huis: een kast, een tafel en stoelen.

Het is druk. Er zijn veel klanten in de nieuwe winkel.

Opnieuw invullen

6

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik kijk op internet. Ik zoek informatie over de gemeente.

In deze winkel verkopen ze koffie en thee.

Deze fiets kost 200 euro. Ik krijg 50 procent korting, dus ik betaal 100 euro.

Opnieuw invullen

7

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin. 

Morgen is een feestdag. We blijven thuis en gaan lekker eten.

Boven de tafel hangt een lamp.

In wat voor soort huis woon je? Een bovenwoning of een appartement?

Opnieuw invullen

8

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Het brood en de koekjes kosten samen 4,50 euro.

Welke kast kiezen we? De witte of de zwarte kast?

We delen de taart. Ieder krijgt de helft.

Opnieuw invullen

9

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Mijn vriend en ik wonen samen. Wij hebben geen kinderen.

Op welke dag moet je werken? Op dinsdag of woensdag?

Mijn man en ik gaan naar school. Onze school is in het centrum.

Opnieuw invullen

10

Wat hoort bij elkaar?

alleen

samen

zwart

wit

kopen

verkopen

Opnieuw invullen

11

Wat hoort bij elkaar?

de opruiming

de korting

het internet

de website

Opnieuw invullen

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.