Draai je tablet om verder te gaan.

5 Dit is mijn huis

Ik woon in een appartement

1 Routines oefenen

1

Luister naar de zin.
Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Ik woon ... de vijfde verdieping.

Het is ... huis.

Ik ... in het centrum wonen.

Dat is ... probleem.

Ik woon in een huis ... een tuin.

Dat vind ik ... vervelend.

We wonen ... de school.

Mijn zus en ik slapen boven. We ... een kamer.

8 van de 8 goed.
Opnieuw invullen

2

Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.

Ik wil graag in een dorp wonen.
We wonen op de zevende verdieping.
Ik deel een kamer met mijn zus.

Opnieuw invullen

3

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik woon vlakbij de supermarkt. Ik doe vaak boodschappen.

Het is altijd druk in de stad. In mijn dorp is het rustig.

We gaan verhuizen naar een fijn huis in een mooie buurt. 

Opnieuw invullen

4

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik woon in een bovenwoning. Ik heb geen tuin. Jammer!

Mijn kamer is klein en goedkoop. Dat is prima.

Ik hou niet van de stad. Ik wil het liefst verhuizen naar een dorp. 

Opnieuw invullen

5

Luister naar de zin.
Lees de zin.
Kies de goede reactie.

Ik kan niet slapen, want ik heb hoofdpijn.

Ik hou niet van lawaai.

Ik woon in een mooi huis, met veel licht.

In dit dorp zijn weinig huizen.

Sorry, ik kan niet vanavond.

Ik wil slapen. Ik hoor lawaai op straat.

We wonen in een drukke straat.

De kinderen zijn beneden. Ze maken lawaai.

Ik woon in een klein en gezellig appartement.

9 van de 9 goed.
Opnieuw invullen

6

1e

eerste

2e

tweede

3e

derde

4e

vierde

5e

vijfde

6e

zesde

7e

zevende

8e

achtste

9e

negende

10e

tiende

Opnieuw invullen

7

Lees de rangtelwoorden.

eerste
tweede
derde
vierde
vijfde
zesde
zevende
achtste
negende
tiende

8

Lees de woorden. Welk woord is er niet? Typ het goede  woord.

eerste -  tweede - derde - vierde - vijfde

zesde - zevende - achtste - negende - tiende

2 van de 2 goed.
Opnieuw invullen

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.