Draai je tablet om verder te gaan.

5 Dit is mijn huis

Wie kan mij helpen?

1 Woorden oefenen

1

Lees de woorden.
Kijk naar de plaatjes.
Zet de woorden bij de goede plaatjes.

de fiets

de poes

de ingang

de sleutel

de stoep

het briefje

de flat

Opnieuw invullen

2

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Ik woon in de Mosstraat, op ... 26.

Ik snap het niet. Wie kan mij ...?

Ik ga straks boodschappen doen. De koelkast is ...

De kleren ... in de slaapkamer.

Emine is vaak in de keuken. Zij is ... op koken!

Ik ben niet thuis. Wie kan voor mijn poes ...?

Rima werkt graag met kinderen. Ze kan goed ...

Ik begrijp het formulier niet. Ik heb ... nodig.

Het is 15.15 uur. Wil jij de kinderen ... van school?

9 van de 9 goed.
Opnieuw invullen

3

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Mijn moeder belt ... vaak. Dat vind ik gezellig.

'Wat is ... geboortedatum, meneer Tahiri?'

Ik heb een broer. ... naam is Firas.

Kijk, ... bank is goedkoop: 250 euro!

Het is zaterdag. Ik ga het huis ...

Hanna werkt op een school. Ze heeft veel ... met kinderen.

Je mag in Nederland niet fietsen op de ...

Anas heeft een nieuw huis. Hij is druk met ...

8 van de 8 goed.
Opnieuw invullen

4

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Het is mooi weer. Ik ga op de fiets naar school.

De buren zijn niet thuis. Ik ga de poes eten geven.

'Dag mevrouw, ik woon hier, op Havenstraat 12. Op welk nummer woont u?' 

Opnieuw invullen

5

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik wil naar binnen. Ik zoek de sleutel van mijn huis.

Mijn man is ziek. Ik zorg voor mijn man.

Mehdi werkt tien jaar bij de gemeente. Hij heeft veel ervaring.

Opnieuw invullen

6

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

'Ik sta buiten, bij de ingang van de winkel. Waar ben jij?'

Ik maak lekker eten in de keuken. Ik ben gek op koken.

Zaterdag kom ik niet naar voetbal. Ik wil klussen in mijn nieuwe appartement.

Opnieuw invullen

7

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik ga vandaag verhuizen. Mijn oude huis is nu leeg.

Meneer Rubin is heel ziek. Hij heeft hulp nodig.

'Ik ben klaar met mijn werk. Kan je me ophalen?'

Opnieuw invullen

8

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik hou van deze stad. Het is hier heel gezellig!

In mijn flat zijn 12 appartementen.

In de winkel hangen mooie kleren. 

Opnieuw invullen

9

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Vanavond moet ik werken. Stella komt oppassen op mijn dochter.

Ik schrijf een briefje voor mijn buurvrouw.

Mijn buurman is oud. Ik help mijn buurman met de boodschappen.

Opnieuw invullen

10

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Meneer Shen heeft een leuke dag, want zijn kinderen komen op bezoek.

'Wat is uw adres, mevrouw?'

'Sorry, kan je mij even helpen?' 

Opnieuw invullen

11

Wat hoort bij elkaar?

schrijven

het briefje

oppassen

de kinderen

opruimen

de kamer

Opnieuw invullen

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.