Lees de woorden.Kijk naar de plaatjes.Zet de woorden bij de goede plaatjes.
de fiets
de poes
de ingang
de sleutel
de stoep
het briefje
de flat
Lees de zin.Kies het goede antwoord.
Ik woon in de Mosstraat, op ... 26.
cijfer
nummer
Ik snap het niet. Wie kan mij ...?
helpen
vragen
Ik ga straks boodschappen doen. De koelkast is ...
laag.
leeg.
De kleren ... in de slaapkamer.
hangen
zitten
Emine is vaak in de keuken. Zij is ... op koken!
gek
graag
Ik ben niet thuis. Wie kan voor mijn poes ...?
zorgen
Rima werkt graag met kinderen. Ze kan goed ...
oppassen.
opschrijven.
Ik begrijp het formulier niet. Ik heb ... nodig.
hulp
huur
Het is 15.15 uur. Wil jij de kinderen ... van school?
ophalen
vinden
Mijn moeder belt ... vaak. Dat vind ik gezellig.
mij
mijn
'Wat is ... geboortedatum, meneer Tahiri?'
u
uw
Ik heb een broer. ... naam is Firas.
Zij
Zijn
Kijk, ... bank is goedkoop: 250 euro!
deze
dus
Het is zaterdag. Ik ga het huis ...
ophalen.
opruimen.
Hanna werkt op een school. Ze heeft veel ... met kinderen.
ervaring
schuld
Je mag in Nederland niet fietsen op de ...
stoep.
straat.
Anas heeft een nieuw huis. Hij is druk met ...
klussen.
maken.
Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.
Het is mooi weer. Ik ga op de fiets naar school.
De buren zijn niet thuis. Ik ga de poes eten geven.
'Dag mevrouw, ik woon hier, op Havenstraat 12. Op welk nummer woont u?'
Ik wil naar binnen. Ik zoek de sleutel van mijn huis.
Mijn man is ziek. Ik zorg voor mijn man.
Mehdi werkt tien jaar bij de gemeente. Hij heeft veel ervaring.
'Ik sta buiten, bij de ingang van de winkel. Waar ben jij?'
Ik maak lekker eten in de keuken. Ik ben gek op koken.
Zaterdag kom ik niet naar voetbal. Ik wil klussen in mijn nieuwe appartement.
Ik ga vandaag verhuizen. Mijn oude huis is nu leeg.
Meneer Rubin is heel ziek. Hij heeft hulp nodig.
'Ik ben klaar met mijn werk. Kan je me ophalen?'
Ik hou van deze stad. Het is hier heel gezellig!
In mijn flat zijn 12 appartementen.
In de winkel hangen mooie kleren.
Vanavond moet ik werken. Stella komt oppassen op mijn dochter.
Ik schrijf een briefje voor mijn buurvrouw.
Mijn buurman is oud. Ik help mijn buurman met de boodschappen.
Meneer Shen heeft een leuke dag, want zijn kinderen komen op bezoek.
'Wat is uw adres, mevrouw?'
'Sorry, kan je mij even helpen?'
Wat hoort bij elkaar?
schrijven
oppassen
de kinderen
opruimen
de kamer
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.