Hulp vragen en hulp aanbieden aan iemand in de buurt
Lees de tekst.
Briefjes in de flat
Je woont in een flat. Beneden bij de ingang hangen briefjes.
Werk samen. Praat over de vragen. Gebruik opdracht 1. Lees de briefjes. Zoek het antwoord.
Werk samen. Luister naar het gesprek. Lees de zinnen hardop.
A begint.Wissel daarna van rol.
A en B zijn buren.A zoekt een oppas voor zijn poes.
B wil helpen.
Iemand in de buurt helpen
A: Hallo, alles goed?
B: Hé, ja, en met jou?
A: Ja, ook goed.
B: Ik lees net je briefje, over je poes.
Ik kan je helpen.
Ik kan voor je poes zorgen.
Dat is geen probleem.
A: Wat fijn!
Bedankt.
Werk samen. Lees het briefje. Maak het gesprek af.
A en B zijn buren.A zoekt hulp met klussen.B wil helpen.
A: Hallo, ?
B: Hé, ja, ?
A: .
B: Ik lees net je briefje, over .
Ik kan .
A: Wat !
Werk samen. Lees het gesprek van opdracht 4 hardop.
Vul in. Je gaat een briefje schrijven.
Zoek ook woorden op.
- Je wilt je buren helpen. Wat kun je goed? Bijvoorbeeld oppassen, of .
- Je hebt hulp nodig van je buren. Hoe kan iemand je helpen? Bijvoorbeeld klussen, of .
Vul in. Schrijf een briefje aan je buren. Gebruik opdracht 6.
Werk samen. Praat samen. Gebruik opdracht 7.
A begint.
Wissel daarna van rol.
Jullie zijn buren. Praat over je briefje van opdracht 7.Begin zo:
A: Hoi, ik lees net je briefje over…
B: …
Lees het bericht. Schrijf een reactie.
Je krijgt een bericht in de groep van je buurt.
Kies een reactie: kun je Saman helpen?
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.