Lees de woorden.Kijk naar de plaatjes.Zet de woorden bij de goede plaatjes.
de badkamer
het appartement
de woonkamer
de tuin
Lees de zin.Kies het goede antwoord.
Zina heeft een nieuw huis. Ze gaat in april ...
verhuizen.
wachten.
Ik woon hoog: ik woon op de zesde ...
verdieping.
woonplaats.
In ... huis woon jij? Een appartement of een huis met een tuin?
hoeveel
wat voor
De kinderen ... lawaai. Ik vind dat niet leuk.
maken
zoeken
Dit is mijn huis. Ik slaap boven. De woonkamer is ...
beneden.
hoog.
Ik koop een kilo bananen. Ik moet 2 euro ...
afvallen.
betalen.
Ik heb een vriend. ... heet Tommy.
Hij
Zij
De huur is ...: 400 euro per maand.
laag
licht
Ik ben buiten. Ik werk in de ...
kamer.
tuin.
Ik heb een nieuwe buurvrouw. ... woont op nummer 15.
Ik heb suiker, brood en groente nodig. Ik ga een boodschappenlijst ...
halen.
maken.
Ik ben 19 jaar en mijn ... Frank is 21 jaar.
broer
vader
Ik woon in een ... buurt. Dat vind ik fijn.
vervelende
rustige
Lees de zin.
Kies het goede antwoord.
In het ... van de stad zijn veel winkels.
appartement
centrum
Jan en Elena wonen naast me. Ze zijn mijn ...
buren.
mensen.
Betaal je meer of minder dan 500 euro ... per maand?
duur
huur
Ik vind de telefoon niet mooi. Ik wil de telefoon ...
ruiken.
ruilen.
Ik koop chips, kaas en worst, ... ik hou van zout.
of
want
Mijn huis heeft drie kamers. ... kamers heeft het huis van Ahmed?
Hoeveel
Wat
Marco werkt drie dagen ... week: maandag, dinsdag en vrijdag.
op
per
In mijn huis is één keuken. Ik ... de keuken met Laura en Nadia.
deel
weeg
In mijn ... staat een bed.
badkamer
kamer
Ik eet ... rijst met kip. Dat vind ik lekker!
het liefst
lief
Hij ... het nummer in de telefoon.
krijgt
zoekt
Er is veel ... in mijn kamer. Ik vind dat fijn.
leeg
Ik praat met ... cursisten in mijn klas.
alle
bijna
Het is mooi weer. Elias zit ... in de tuin.
boven
buiten
Sleep het goede woord in de zin.
Mijn vrouw en ik wonen in het centrum van Tilburg.Het appartement heeft een keuken, badkamer, slaapkamer en woonkamer.De huur is hoog: 900 per maand!
Ik drink het liefst koffie met veel suiker. Ik hou van zoet!
Hoeveel kilo sinaasappels heb je nodig?
De school is vlakbij mijn huis.
Ik woon in de Lekstraat, op nummer 8. De buren wonen op nummer 10.
Ik vind de bank niet mooi. Kan ik de bank ruilen?
Het huis van Wasim is klein. Hij zoekt een ander huis.
Ik woon nu in een dorp. Ik wil verhuizen naar een stad.
Mijn broer gaat vandaag niet naar school. Hij is ziek.
Ik betaal 450 euro huur voor mijn kamer.
Rik slaapt hier. Hij heeft een eigen kamer.
Ik kan niet komen, want ik ben ziek.
In wat voor huis woont Samira? Een groot of een klein huis?
Ik woon in Leiden. Waar woon jij?
En je man, waar werkt hij?
Mijn vrouw heet Andrea. Zij komt uit Peru.
Waar is je appartement? Op de derde of vierde verdieping?
Het is ochtend. Buiten is het licht.
Ik heb een mooie kamer. De huur is 550 euro per maand.
Ik doe boodschappen in de supermarkt. Ik moet 23 euro betalen.
Veel mensen doen hier boodschappen. De supermarkt is altijd druk.
's Ochtends ben ik 20 minuten in de badkamer.
Ik woon niet beneden. Ik woon in een appartement op de tweede verdieping.
Alle winkels in deze straat gaan om 9.00 uur open.
In dit huis wonen vijf mensen. We delen de keuken en de badkamer.
Wat hoort bij elkaar?
beneden
binnen
hoog
rustig
druk
ver
vlakbij
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.