Draai je tablet om verder te gaan.

5 Dit is mijn huis

Hier zit ik het liefst

1 Doe de taak

Praten over een fijne plek in je huis

1

Luister naar de tekst en lees mee.

 

In de zon
Jasmine en Abdou wonen net in een nieuw huis.
Ze staan in de nieuwe woonkamer. Het is december.

Jasmine

O, kijk, de zon komt naar binnen.
Wat een licht.
O, mijn blauwe stoel staat hier mooi bij het raam.
Dit is mijn plek.

Abdou

Ja, maar in de zomer is het daar wel warm, denk ik.

Jasmine

Misschien, maar nu is het heerlijk.

Waar wil jij zitten, met je laptop?

Abdou

Ik twijfel nog.
De bank is natuurlijk fijn, maar dat vinden de kinderen ook.
Die zitten altijd voor de tv.
Ik wil wel een plekje voor mezelf.
Een donker plekje.

Jasmine

Dan maken we een plek voor jou op zolder.
Is dat een idee?

Abdou

Ja, dat is een goed idee.
Dan ga ik 's avonds met mijn laptop boven zitten.
Lekker rustig.
Maar wat doe ik dan in de zomer?
Dan is het warm op zolder.

Jasmine

Dan kom je naar beneden.
Je zit toch ook graag aan de tafel?
Trouwens, we moeten nog boodschappen doen.
Ga je mee?

2

Werk samen. Praat over de vragen. Gebruik opdracht 1.

  1. Waar zijn Abdou en Jasmine?
  2. Waar wil Jasmine zitten?
  3. Waar wil Abdou zitten?
  4. Wat voor huis hebben Jasmine en Abdou? Wat denk je?

3

Werk samen. Luister naar het gesprek. Lees de zinnen hardop.
A begint.

Wissel daarna van rol.

Praten over een fijne plek in je huis

A: Waar ben je graag in je huis?

B: Ik zit graag in de woonkamer, bij het raam.

   Dat is mijn plek.

A: Waarom ben je daar graag?

B: Het is daar licht en warm.

   Het is daar lekker rustig.

A: Wat doe je daar?

B: Ik lees. Of ik luister naar muziek.

    En jij? Waar ben jij het liefst?

    Wat is jouw plek?

A: Ik zit het liefst op de bank, voor de tv.

B: Waarom?

A: Het is gezellig.

    Ik hou van tv kijken.

    Wat een fijne plek!

4

Vul in. Gebruik opdracht 3.

Schrijf over je eigen huis.

1 Waar ben je graag in je huis?
Ik ...



2 Waarom ben je daar graag?
Het is ...



3 Wat doe je daar?
Ik ...



5

Werk samen. Praat over opdracht 4.

A vraagt aan B.
B geeft antwoord.
Wissel daarna van rol.

6

Werk samen. Doe opdracht 5 nog een keer, met een ander. 

7

Werk samen. Kies een foto. Praat samen.

A begint.

Wissel daarna van rol.

 

A kiest een foto.

A vraagt aan B.

A: Heeft je huis een…?

B: Ja, mijn huis heeft een… / Nee, mijn huis heeft geen…

A: Wat doe je daar?
B: Ik…

shutterstock_493505143 (1) shutterstock_1249701133 (1) 

shutterstock_1744366652 (1) shutterstock_2183823345 (1) 

shutterstock_2281721179 (1) shutterstock_2020639223

8

Lees het bericht. Schrijf een reactie.

Je krijgt een bericht van een vriend.
Geef antwoord op de vragen.

Stuur naar je docent

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.