Draai je tablet om verder te gaan.

13 Gas, water en elektriciteit

Zet de verwarming laag

1 Routines oefenen

1

Luister naar de zin.

Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

Hoelang staat u meestal ... de douche?

Hoe vaak ... jij de was?

De verwarming staat ...

Ik was meestal ... 40 graden.

Dat ... veel geld.

Dat is niet ...

Ik ... het verschil niet.

... in huis liggen kleren.

Dat ... best goedkoper.

Lampen ... veel elektriciteit.

Ik heb ... zo veel tijd als jij.

Hoe kan ik geld ...?

12 van de 12 goed.
Opnieuw invullen

2

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Het is lekker warm in huis. De verwarming staat hoog.

Je werkt langzaam vandaag. Dat kan best een beetje sneller.

Een nieuwe auto kost geld. Dat kunnen we nu niet betalen.

Opnieuw invullen

3

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik heb drie kinderen, net zo veel als jij.

Je moet op het fietspad blijven. Je mag niet overal fietsen.

Hij heeft 's nachts alle lampen aan. Dat is niet zo verstandig.

Opnieuw invullen

4

Wat hoort bij elkaar?

Ik doe

de was.

Ik gebruik

gas, water en elektriciteit.

Ik sta

onder de douche.

Opnieuw invullen

5

Wat hoort bij elkaar?

Hij bespaart

op energie.

Zij wast

op 30 graden.

Je merkt

het verschil.

Opnieuw invullen

6

Wat hoort bij elkaar?

Dima koopt groente op de markt.

Ze bespaart geld.

Dima doucht maximaal 5 minuten.

Ze bespaart water.

Dima zet de verwarming laag.

Ze bespaart energie.

Dima doet de verlichting uit.

Ze bespaart elektriciteit.

Opnieuw invullen

7

Luister naar de zin.

Lees de zin.

Kies de goede reactie.

Ik sta elke dag een uur onder de douche.

Welk product is beter?

Het is zo warm binnen!

3 van de 3 goed.
Opnieuw invullen

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.