Draai je tablet om verder te gaan.

13 Gas, water en elektriciteit

Wat is de meterstand?

1 Woorden oefenen

1

Lees de woorden.

Kijk naar de plaatjes.

Zet de woorden bij de goede plaatjes.

de meter

de meterkast

de rekening

de meterstand

Opnieuw invullen

2

Lees de woorden.

Kijk naar de plaatjes.

Zet de woorden bij de goede plaatjes.

de molen

de stekker

de windmolen

Opnieuw invullen

3

Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

Ik wil de deur openmaken. Eerst ... ik de sleutel in het slot.

U kunt het bedrag ook in ... betalen: elke maand een beetje.

Samuel heeft plannen voor de ...: hij wil Nederlands leren en een baan vinden.

Mijn jas is helemaal nat van de regen. Hij moet eerst ...

Nuon en Essent zijn ... van energie.

Alvin, je moet ... komen. Nu!

Nafisa werkt 4 dagen per week bij een leuk ...

Een nieuwe taal leren gaat niet ... Het kost veel tijd.

8 van de 8 goed.
Opnieuw invullen

4

Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

Hé, het internet doet het niet. Misschien is er een ...

Mijn broer komt niet vaak bij me op bezoek. Ik zie hem ...

We gebruiken geen ..., want we hebben een elektrisch fornuis.

Ze kan nu nog niet kiezen. Ze wil eerst ...

Sommige dorpen in mijn land hebben geen water en ...

De winkel ... de meubels volgende week bij ons thuis.

Dit huis gebruikt ... Dat is goedkoper en goed voor de omgeving.

Het ... van alcohol is verboden voor kinderen.

8 van de 8 goed.
Opnieuw invullen

5

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

De natte kleren hangen buiten. Daar drogen ze sneller.

In de folder lees je informatie over het gebruik van deze medicijnen.

Die vieze kleren moet je snel wassen.

Yalda denkt nu nog niet aan de toekomst. Dat komt later.

Zonder stroom kun je geen tv kijken.

Deze winkel heeft verschillende typen computers.

Het is geen lekker weer vandaag: veel wind en regen.

Is het fornuis uit? Ik ruik gas!

Windmolens zijn groot en zorgen voor goedkope energie.

Oude mensen hebben vaak last van de warmte. Ze moeten veel drinken.

U kunt nu helaas niet pinnen, want er is een storing.

De winkel krijgt de producten van de leverancier.

Masoud kijkt zelden tv. Hij vindt het niet zo interessant.

U hoeft de deur niet dicht te doen. Hij gaat vanzelf dicht.

Je moet onmiddellijk betalen. Je bent al een week te laat!

5 van de 5 goed.
Opnieuw invullen

6

Wat hoort bij elkaar?

de warmte

de zomer

de wind

de molen

de meter

de meterkast

Opnieuw invullen

7

Wat hoort bij elkaar?

de zon

de zonne-energie

het werk

het bedrijf

de stekker

het stopcontact

Opnieuw invullen

8

Wat hoort bij elkaar?

energie

leveren

de meterstand

noteren

kleren

wassen

de rekening

betalen

Opnieuw invullen

9

Wat hoort bij elkaar?

zelden

bijna nooit

onmiddellijk

meteen

de stroom

de electriciteit

het type

de soort

Opnieuw invullen

10

Wat hoort bij elkaar?

Mijn laptop is bijna leeg.

Ik steek de stekker in het stopcontact.

Ik heb een probleem.

Ik moet nadenken.

Ik heb nu niet genoeg geld.

Ik betaal in termijnen.

Opnieuw invullen

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.