Lees de woorden.
Kijk naar de plaatjes.
Zet de woorden bij de juiste plaatjes.
de vriezer
de frituurpan
de friet
Lees de woorden.Kijk naar de plaatjes.Zet de woorden bij de goede plaatjes.
het strijkijzer
de waterkoker
de mixer
de haardroger
het scheerapparaat
de wasdroger
Lees de zin.
Kies het goede antwoord.
Ik heb niet veel ... in mijn keuken, alleen een koelkast en een oven.
afspraken
apparaten
Yannis gebruikt deze website vaak. Hij vindt hem heel ...
nuttig.
stevig.
Er zijn niet veel volwassenen op het feest. Er zijn ... kinderen.
vooral
weleens
Wil je het eten lang bewaren? Dan kun je het ...
innemen.
invriezen.
Hij is bijna altijd blij. Hij geniet echt van het ...
leven.
product.
De kleren zijn eindelijk droog. Nu ga ik ze ...
strijken.
strooien.
We betalen veel geld voor ... Maar thuis is het wel altijd lekker warm.
biologie.
energie.
Een stofzuiger is een ... apparaat. Hij werkt niet zonder stopcontact.
egoïstisch
elektrisch
Sumana heeft een tafel gekocht voor 50 euro. Dat is een goede ...
aankomst.
aankoop.
Die lamp is al een week kapot. Wanneer ga je hem ...?
verkopen
vervangen
Mijn kleren zijn schoon, maar nog echt niet mooi. Ik heb een ... nodig.
strijkijzer
tandenborstel
Sleep het goede woord in de zin.
De koelkast is altijd aan. Hij gebruikt veel energie.
Ik heb een elektrische tandenborstel. Dat is handig en snel.
Wasmachines en koelkasten zijn apparaten voor thuis.
Wat een prachtige jas! Is hij nieuw?
Doe niet zo flauw. Dat vind ik niet leuk van je.
Ik doe dit weekend niet veel. Ik ga vooral tv kijken.
Ilona is 30 jaar. Ze heeft haar hele leven in Nederland gewoond.
Mijn laatste aankoop was een kast. Die heb ik bij Ikea gekocht.
Tweedehands spullen zoeken we op Marktplaats. Daar zijn ze goedkoop.
Wat hoort bij elkaar?
kleren
strijken
eten
invriezen
heel mooi
prachtig
handig
nuttig
niet leuk
flauw
patat
friet
Ik wil patat bakken.
Ik heb een frituurpan nodig.
Mijn haar is nat.
Ik heb een haardroger nodig.
Ik wil thee zetten.
Ik heb een waterkoker nodig.
Mijn tv is al oud.
Ik wil hem vervangen.
Ik wil ijs bewaren.
Ik heb een vriezer nodig.
Ik wil een tweedehands fiets kopen.
Ik kijk op Marktplaats.
De kleren zijn helemaal nat.
Ik heb een wasdroger nodig.
Ik wil een cake bakken.
Ik heb een mixer nodig.
Ik heb veel haar op mijn gezicht.
Ik heb een scheerapparaat nodig.
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.