Draai je tablet om verder te gaan.

9 Is dat wel veilig?

Ik zie een inbreker!

1 Woorden oefenen

1

Lees de woorden.

Kijk naar de plaatjes.

Zet de woorden bij de goede plaatjes.

de agent

het alarm

het politiebureau

de inbreker

Kijk na

2

Lees de woorden.
Kijk naar de plaatjes.
Zet de woorden bij de goede plaatjes.

de woning

het oog

het oor

de steen

Kijk na

3

Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

Ik ben ziek. Ik heb het warm en koud ...

Deze ... staat in een gezellige buurt.

Ik ... Tot ziens!

Hamza ziet een ongeluk op straat. Hij belt ...

Dit is geen veilige buurt. Er is veel ...

We hebben ... van de harde muziek.

Iedereen kan dit nummer bellen. Het is een ... telefoonnummer.

Bij de politie werken ...

0 van de 8 goed.
Kijk na

4

Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

Het is koud. Ik doe het raam ...

Goedenavond, u spreekt met ... Wat is het probleem?

De moeder speelt met het kind en geeft hem ...

Morgen hebben we geen les. Echt, ik weet het ...!

Het ... maakt een hard geluid.

Ik kom thuis en mijn laptop is weg! Ik ga de ... melden.

Ik heb ... van dat lawaai. Ik kan niet slapen.

Iwan ziet een ongeluk. Hij belt de ...

Dit is een ... bericht. Het is voor iedereen.

0 van de 9 goed.
Kijk na

5

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Help! Ik hoor een inbreker in mijn huis!

Is het stoplicht rood? Dan moet je zeker wachten.

Au! Ik heb last van mijn rug.

Kijk na

6

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

De politie zorgt voor veiligheid op straat.

Hij gooit de bal naar de hond.

Ik heb overlast van mijn buurman. Hij maakt 's avonds veel lawaai.

Kijk na

7

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

De wijkagent maakt een praatje met mensen in de buurt.

In deze flat wonen oude mensen, maar ook jongeren.

Ik ga op bezoek bij mijn oude buurvrouw en geef haar aandacht.

Kijk na

8

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik bel 112 en spreek met een vrouw van de alarmcentrale.

Ik doe twee dingen tegelijk. Dan ben ik sneller klaar.

In de stad is meer criminaliteit dan in een dorp.

Kijk na

9

Wat hoort bij elkaar?

opendoen

dichtdoen

de oude man

de jongere

blijven

weggaan

Kijk na

10

Wat hoort bij elkaar?

zien

het oog

horen

het oor

praten

de mond

Kijk na

11

Wat hoort bij elkaar?

het alarmnummer

bellen

een bal

gooien

overlast

melden

Kijk na

12

Wat hoort bij elkaar?

de steen

het huis

de wijkagent

het politiebureau

de diefstal

de inbreker

Kijk na

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.