Werk samen. Praat samen. Gebruik opdracht 4.
A vraagt advies aan B.
B geeft twee adviezen aan A.
B gebruikt opdracht 4.
Gesprek 1
A: Mijn broer komt op bezoek met zijn gezin.
Zijn kinderen zijn klein.
Hoe kan ik mijn huis veiliger maken?
B: …
Wissel van rol. Doe gesprek 2.
B geeft twee andere adviezen.
Gesprek 2
A: Mijn dochter is één jaar.
Ze kan net lopen.
Hoe kan ik mijn huis veiliger maken?
B: …