Draai je tablet om verder te gaan.

9 Is dat wel veilig?

Wat is veiliger?

1 Routines oefenen

1

Luister naar de zin.
Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Voor mij ... koffie.

Ik ... fijn in mijn huis.

Yohannes eet ... brood.

De auto rijdt door ...

Dat is ... voor mij.

Reza is ... groot als Adam.

In de les ... we niet bellen.

Gaan jullie ... naar school?

8 van de 8 goed.
Opnieuw invullen

2

Luister naar de zin.
Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

Een dorp is ... als een stad.

We gaan ... naar het centrum.

Hij is ... voor de hond.

..., het maakt me niet uit.

Bananen zijn ... lekkerder dan appels.

Ik ... niet te kijken.

Ayham ... voetballen niet leuk.

7 van de 7 goed.
Opnieuw invullen

3

Lees de zin.
Sleep de goede woorden in de zin.

Ik hou niet van fietsen. Ik loop liever.
Zij durft het niet aan de docent te vragen.
Eva en Nahom lopen met z'n tweeën naar huis.

Opnieuw invullen

4

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Het licht is rood. We mogen niet oversteken. 
Ik vind fietsen zonder licht niet veilig.
De tandpasta is even duur als de zeep.

Opnieuw invullen

5

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Deze pillen zijn nog duurder dan die pillen.
De fietser rijdt door rood licht. Dat is gevaarlijk.
Mijn huis is niet zo gezellig als jouw huis.

Opnieuw invullen

6

Luister naar de zin.
Lees de zin.
Kies de goede reactie.

Wil je koffie of thee?

Elisa hoort 's nachts een geluid.

Wil je een biertje?

Hoe gaat het?

Hoe ga jij naar je werk?

Hou je van winkelen?

Ik ben mijn boek kwijt.

7 van de 7 goed.
Opnieuw invullen

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.