Draai je tablet om verder te gaan.

9 Is dat wel veilig?

Wat is veiliger?

1 Verstaan en nazeggen

1

Luister naar de zin. 
Wat hoor je?

10 van de 10 goed.
Opnieuw invullen

2

Luister naar de zin.
Hoeveel woorden hoor je?

9 van de 9 goed.
Opnieuw invullen

3

Luister naar de zin en zeg na.

Ga je op de fiets?

Ik ga liever met de bus.

De fietser rijdt door rood licht.

We gaan met z’n tweeën.

Ik voel me veilig in de trein.

Hij durft niet te fietsen.

Ik ben bang.

Ach, wat vervelend.

We mogen niet oversteken.

Een fiets is niet zo duur als een auto.

Dat is niks voor mij.

Ik vind fietsen in de stad niet fijn.

Voor mij geen alcohol.

De bus is even leuk als de trein.

Fietsen is nog gezonder.

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.