Lees de woorden.Kijk naar de plaatjes.Zet de woorden bij de goede plaatjes.
het bed
de buik
de dokter
het koekje
de sla
het been
het snoepje
Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.
Ik vind Albert Heijn te duur. Ik ga naar de Lidl.
Het is vrijdagavond 23.45 uur. Het is bijna zaterdag.
De baby is te dik. Dat is niet gezond.
Ik eet graag zoete koekjes.
Ik haal bij de snackbar een hamburger.
Ik hou van Anna. Anna is echt een leuk meisje.
Ik ga naar de dokter. Ik ben ziek.
Ik ben gelukkig. Ik heb gewoon geen problemen.
'Ben je te mager? Wie zegt dat?'
Ik eet graag patat. Patat is eigenlijk niet gezond.
Mijn kind eet bijna niks. Mijn kind moet dus meer eten.
Ik eet te veel. Ik moet minder eten.
Ik moet afvallen. Ik eet te veel.
Ik weeg 90 kilo.
Ik kook lekker eten: rijst, vlees en groenten.
Ik heb vaak buikpijn. Dat is echt vervelend.
Sla is een gezonde groente.
Snoepjes zijn niet gezond. Die zijn te zoet.
Ik heb geen huis. Dat is een probleem.
Mijn vriend werkt in een snackbar.
Ik heb geen werk. Is dat mijn schuld?
Je haalt patat bij de snackbar.
Je bent ziek.
Je hebt een mooie dochter.
Je bent te mager. Je moet meer eten.
In boter zit veel vet.
Ik ben niet dik. Ik heb wel dikke benen.
We hebben een fijne dokter in de buurt.
Ik kan morgen niet komen. Sorry, ik kan echt niet.
Het is vijf voor zeven. Het is bijna zeven uur.
Vijf euro voor een kilo bananen is veel te duur.
Mijn vrouw wil nog niet slapen. Ik ga gewoon naar bed.
'Zijn de chips op? Dat is niet mijn schuld. Jij eet altijd veel chips.'
Vette hamburgers zijn lekker!
'Ben je blij? Dat is fijn.'
Eigenlijk ben ik te mager. Ik eet wel goed.
Wat hoort bij elkaar?
Je haalt
een zak patat bij de snackbar.
Je bent
erg blij.
Je kookt
erg lekker.
Je hebt
een probleem.
Je weegt
100 kilo.
gezond en lekker.
mager
dik
de benen
de hamburger
de snackbar
de groente
meer
minder
slapen
tien kilo
afvallen
een probleem
hebben
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.