Luister naar de zin.Lees de zin.Kies het goede antwoord.
Wat ...?
is echt
is er
... me te dik?
Eet je
Vind je
Ik ... je mooi.
ben
vind
Het ... laat.
is
moet
Ik ... afvallen.
moeten
We eten ... veel. Dat is niet gezond.
niet
te
Lees de zin.Sleep het goede woord in de zin.
Ik eet veel groente. Ik eet gezond.Dat is het probleem.In koekjes zit veel suiker.
Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.
Ik hou van fruit. Ik koop vaak appels en bananen.
Jij haalt patat bij de snackbar.
We willen afvallen. We moeten minder koekjes eten.
Ik kook lekker eten in de keuken. Ik maak rijst met groente.
Ik koop brood bij de supermarkt.
Ik vind je mooi.
Ik moet afvallen. Mijn gewicht is niet gezond.
In koekjes zit veel suiker.
Ik eet te veel. Dat is niet zo gezond.
Wat is er?
Het is laat.
Vind je me mooi?
Luister naar de zin.Lees de zin.Kies de goede reactie.
Abas?
Ja, en met jou?
Ja, wat is er?
Vind je me te dik?
Nee hoor.
Ja, graag.
Ik ben te dik.
Nee hoor, echt niet. Je bent mooi zo.
Ja, zal ik doen.
Wat is het probleem?
Echt niet.
We eten niet gezond.
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.