Draai je tablet om verder te gaan.

4 Lekker!

Wat eten we vanavond?

1 Doe de taak

Praten over het avondeten

1

Luister naar de tekst en lees mee.

 

Wat eten we vanavond?

Katinka belt Igor.
Katinka is de vrouw van Igor.
Igor is thuis.

Igor

Met Igor.

Katinka

Ik ben nu in de stad.
Ik ga wel even langs de supermarkt.

Igor

O, fijn. 

Katinka

Wat eten we vanavond?

Igor

Soep? Dat is snel klaar.

Katinka

Oké. Tot straks. 

Katinka belt Igor. 

Igor

Ben je al in de supermarkt?

Katinka

Ja, ik sta nu bij de groenten.
Wat hebben we nodig? 

Igor

We hebben nog allerlei groenten in huis.

Katinka

Hebben we niks nodig dan?

Igor

Jawel, ik kijk even in de koelkast. 
Je moet boter en knoflook kopen.
O ja, het zout is ook op.

Katinka

En vlees?
Soep zonder vlees is niet zo lekker.

Igor

Koop maar een stuk worst.

Katinka

Oké. Eten we brood bij de soep?
Het volkorenbrood is in de aanbieding. 

Igor

Prima. En wil je een toetje?

Katinka

Ik koop wel een pak yoghurt.

Igor

Oké. En neem een fles water mee.

Katinka

Doe ik.

2

Beantwoord de vraag. Gebruik opdracht 1.

Wat koopt Katinka? Schrijf de woorden op.

 

 

 

 

 

 

 



3

Werk samen. Luister naar het gesprek. Lees de zinnen hardop.

A begint.

Wissel daarna van rol.

Praten over het avondeten

A: Wat eten we vanavond?
B: Soep? Dat is snel klaar.

A: Ja, lekker. Wat hebben we in huis?

B: We hebben groenten in huis.

A: Oké, ik ga boodschappen doen.

Wat hebben we nodig?

B: Je moet boter en knoflook kopen.

Het zout is ook op.

A: En vlees?

B: Nee, ik wil geen vlees.

Neem een fles water mee.

A: Doe ik.

4

Vul in. Wat eet je vanavond?

Zoek ook woorden op.



    5

    Werk samen. Praat samen. Gebruik opdracht 4.

    A begint.

    Wissel daarna van rol.

     

    A: Wat eet je vanavond?

    B: ...

    A: Wat heb je in huis?

    B: ...

    A: Wat moet je kopen?

    B: ...

    6

    Werk samen. Kijk naar de foto's. Praat samen.

     

    A en B eten vanavond samen.

    A vraagt aan B:

    - Wat eten we?

    - Wat hebben we in huis?

    - Wat kopen we?

    - Wie doet boodschappen?

    B kijkt naar de foto's en geeft antwoord.

     

    spaghetti (2) 300 koelkast (2) 300

    7

    Werk samen. Doe opdracht 6 nog een keer, met een ander.

    Begin zo: Wat eten we vanavond?

    8

    Lees het bericht en schrijf een reactie.

    Je bent thuis. Je leest een bericht van je vriend. Jullie eten vanavond samen.

    Beantwoord de vragen.

      Deze opdracht is voldoende. Goed gedaan!

      Foutje!

      Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.