Draai je tablet om verder te gaan.

5 Werk en inkomen

Communiceren op je werk

1 Woorden oefenen

1

Lees de zin. Kies het goede antwoord.

Mario en Petra werken allebei in het ziekenhuis. Ze zijn ___.

Simone heeft geen hulp van anderen nodig. Ze is erg ___.

Ik praat ___ met de directeur. Ik zeg ‘u’ en ‘mevrouw’ tegen haar.

Sara is de baas van het bedrijf. Ze is mijn ___.

Brahim en Farid moeten voor deze opdracht ___. Ze kunnen het niet alleen doen.

Ivan is ___ en eerlijk. Hij doet wat hij zegt.

In de ___ staat wat in Nederland mag en wat niet mag.

Omar moet op zijn werk zwarte schoenen dragen. Dat is ___.

0 van de 8 goed.
Kijk na

2

Sleep de goede woorden in de zin.

Op je werk moet je op een goede manier met je collega’s omgaan.

Peter kan de problemen op zijn werk niet oplossen. Iemand moet hem helpen.

Sara heeft een klacht over de winkel. Ze wil dit melden bij de klantenservice.

Je moet je afspraken nakomen. Je moet doen wat je hebt beloofd.

Alle medewerkers hebben recht op een pauze van 30 minuten.

Adam komt uit Ierland. Hij heeft rood haar, blauwe ogen en een lichte huidskleur.

Yonas woont in Nederland, maar heeft een buitenlandse afkomst. Hij is geboren in Eritrea.

Ahsen is moslim. Dat is haar geloof. Daarom drinkt ze geen alcohol.

Nancy is geboren als jongen, maar ze voelt zich een vrouw. Vrouw is haar gender.

Peter wil geen relatie met een vrouw, maar wel met een andere man. Dat is zijn seksuele voorkeur.

0 van de 2 goed.
Kijk na

3

Wat hoort bij elkaar?

formeel

Je zegt 'u'.

zelfstandig

Je hebt geen hulp nodig.

betrouwbaar

Je houdt je aan afspraken.

verplicht

Je moet het doen.

informeel

Je zegt 'je'.

verboden

Je mag het niet doen.

Kijk na

4

Wat hoort bij elkaar?

de klacht

Je bent niet tevreden.

de communicatie

Je hebt contact met iemand.

de afkomst

Je bent geboren in een bepaalde plaats.

de leidinggevende

Je bent de baas.

de collega

Je werkt samen met anderen.

het recht

Je mag iets volgens de wet.

Kijk na

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.