Draai je tablet om verder te gaan.

5 Werk en inkomen

Solliciteren

1 Woorden oefenen

1

Lees de zin. Kies het goede antwoord.

Sadat vult haar ___ in op het formulier, zoals haar naam, adres en geboortedatum.

Mo is ___ voor het werk van monteur, want hij is heel handig.

Peter schrijft zijn taken voor deze week in een ___. Zo ziet hij precies wat hij moet doen.

Li ___ voor de functie van receptionist in een hotel. Morgen heeft ze een gesprek.

Maev heeft nog nooit gewerkt. Ze heeft geen ___.

Nathan werkt bij Phillips. Hij is een ___ bij het bedrijf.

Jason wil graag hard werken. Hij heeft veel ___.

Maria kent veel mensen. Haar ___ is groot.

0 van de 8 goed.
Kijk na

2

Sleep de goede woorden in de zin.

Omar is de werkgever van vijftig mensen. Hij is de baas van het bedrijf.

Simon is een nieuwe werknemer in het bedrijf. Hij werkt daar sinds vorige week.

Gianni heeft veel motivatie voor zijn werk. Hij vindt het heel leuk.

Het netwerk van Lilly is niet zo groot. Ze kent weinig mensen.

Miguel volgt een training, want hij wil beter met computers leren werken.

In dit overzicht staat precies op welke dagen je vrij bent en wanneer je moet werken.

Kijk na

3

Wat hoort bij elkaar?

Ik solliciteer.

Ik reageer op een vacature.

Ik laat mijn diploma waarderen.

Ik wil controleren of ik een opleiding moet volgen.

Ik doe werkervaring op.

Ik heb een baan in een sector die ik interessant vind.

Ik volg een opleiding.

Ik ga naar school.

Ik breid mijn netwerk uit.

Ik ontmoet nieuwe mensen.

Kijk na

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.