Draai je tablet om verder te gaan.

3 Gezondheid

Spoed!

1 Opdrachten

1

Kies het goede antwoord. Gebruik de informatie uit de leestekst.

De huisartsenpost is in de avond en in het weekend open.

Voordat je naar de huisartsenpost gaat, moet je bellen.

Als je naar de huisartsenpost gaat, word je geholpen door je eigen huisarts.

Bij ernstige situaties verwijst de huisartsenpost je door naar de spoedeisende hulp.   

Als je naar de spoedeisende hulp gaat, word je meteen behandeld. 

Bij levensbedreigende situaties bel je het noodnummer 112.

Je kunt het noodnummer 112 bellen als je medisch advies nodig hebt.

Voor de brandweer en de politie zijn er andere noodnummers.

3-5 -spoedgevallen

0 van de 8 goed.
Kijk na

2

Kies het goede antwoord. Gebruik de informatie uit de video.

Spoedzorg

Drie tips voor als je spoedzorg nodig hebt.


Tip 1: weet wie je moet bellen.
Voor de meeste spoedgevallen kun je je huisarts bellen. Is de huisartsenpraktijk gesloten? Bel dan de huisartsenpost, ook wel HAP genoemd. Je legt uit wat je klacht is. De huisarts of HAP bepaalt dan wat de juiste behandeling is. Is de situatie ernstig? Dan verwijst de huisarts je door naar de spoedeisende hulp van een ziekenhuis.

Bel 112 als jij of iemand anders dringend medische hulp nodig heeft. Zet alle nummers in je telefoon. Zo kun je bij spoed meteen bellen.

 

Tip 2: wees duidelijk over de klachten.
Als je belt met de huisarts, HAP of 112, dan krijg je veel vragen. Bijvoorbeeld: ben je ergens allergisch voor? Of: gebruik je medicijnen? Geef alle belangrijke informatie over de klachten of ziekte.


Tip 3: toestemming voor uitwisseling van jouw medische gegevens.
In spoedsituaties kun je bij een onbekende arts terechtkomen. Deze arts kent jouw medische gegevens niet. Het kan belangrijk zijn dat hij die wel weet. Heb je toestemming gegeven voor het uitwisselen van je gegevens? Dan heeft deze arts daar direct toegang toe. Bij je huisarts kun je aangeven of je toestemming geeft voor het uitwisselen van jouw gegevens.

Het is woensdagochtend. Je hebt al een paar dagen veel buikpijn. Wie bel je?

Het is zondag. Je baby heeft hoge koorts. Wie bel je?

Het is vrijdagavond. Je bent gevallen. Je kan niet meer goed lopen. Wie bel je?  

Je loopt op straat. Je ziet een ongeluk gebeuren. Een fietser raakt gewond. Wie bel je?

Het is een feestdag. Je dochter heeft de hele nacht gehoest. Wie bel je?

Het is maandagmiddag. Je collega voelt zich niet goed. Hij valt en praat niet meer. Wie bel je?

0 van de 6 goed.
Kijk na

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.