1. Marja heeft last van haar buik. Ze maakt een afspraak bij de huisarts.
2. De huisarts onderzoekt Marja en hij stelt haar vragen.
3. De huisarts weet niet wat de oorzaak is. Hij wil een scan van Marja’s buik.
4. Marja krijgt een verwijzing voor een afspraak in het ziekenhuis.
5. Marja maakt telefonisch een afspraak bij het ziekenhuis.
6. Marja gaat naar het ziekenhuis. Ze neemt haar verwijzing en ID mee.
7. Marja registreert zich in het ziekenhuis.