Draai je tablet om verder te gaan.

3 Gezondheid

Spoed!

1 Woorden oefenen

1

Lees de zin. Kies het goede antwoord.

De specialist heeft me ___ naar een ander ziekenhuis.

Ik ga elke week naar de fysiotherapeut. Hij ___ me voor mijn rugpijn. 

Morgen heb ik een ___ met mijn beste vriend. We gaan naar het strand.

Ik vond de opdracht erg moeilijk. Gelukkig kreeg ik ___ van de docent.

Mijn zoon is op zijn hoofd gevallen. Ik heb hem met ___ naar het ziekenhuis gebracht.

Ricardo is ziek. Hij heeft verschillende ___: hoofdpijn, hoesten en koorts.

0 van de 6 goed.
Kijk na

2

Sleep het goede woord in de zin.

Abdullah heeft een ongeluk met de auto gehad. Gelukkig is hij niet gewond.

Mijn zoon heeft morgen een afspraak met een specialist in het ziekenhuis.

Dit medicijn nemen mensen tegen pijn en koorts. Het werkt goed.

Wat is je nummer? Dan bel ik je morgen even.

Ik moet meer bewegen. Dat is het advies van mijn huisarts.

Toen de les afgelopen was, ben ik direct naar huis gegaan.

Op zondag is deze winkel gesloten. Maandag gaat hij weer open.

Het bedrijf is dringend op zoek naar nieuwe medewerkers. Er is veel te weinig personeel. 

De arts gebruikt een medisch apparaat om het lichaam te onderzoeken.

Mijn oma is ernstig ziek. Ze ligt al een maand in het ziekenhuis.

0 van de 2 goed.
Kijk na

3

Wat hoort bij elkaar?

Sammy mag geen noten eten.

Hij is er allergisch voor.

Sammy neemt contact op met zijn baas.

Hij stuurt haar een e-mail.

Sammy geeft advies aan zijn zusje.

Hij vertelt wat ze het beste kan doen.

Sammy heeft geen toegang tot deze informatie.

Hij moet eerst toestemming vragen.

Kijk na

4

Wat hoort bij elkaar?

de ambulance

auto om gewonden en zieken te verworden

de gegevens

informatie die bekend is over iets of iemand

de afdeling

deel van een bedrijf of instantie

de medewerker

persoon die bij een organisatie of bedrijf werkt

de praktijk

ruimte waar bijvoorbeeld een huisarts werkt

Kijk na

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.