De dokter weet niet waarom Rabia ziek is. Daarom krijgt ze een bloedonderzoek.
Lars heeft last van zijn rug. Hij neemt een medicijn tegen de pijn.
Kinderen kunnen veel leren van een bezoek aan het museum.
De wc is niet gratis hier. Je moet een klein bedrag betalen.
Ik heb een overzicht gemaakt van alle dingen die we moeten regelen.