Draai je tablet om verder te gaan.

19 Bewegen en zwaar werk

Een teamsport is echt iets voor mij

1 Woorden oefenen

1

Lees de woorden.

Kijk naar de plaatjes.

Zet de woorden bij de goede plaatjes.

basketbal

dansen

paardrijden

mountainbiken

Kijk na

2

Lees de woorden.

Kijk naar de plaatjes.

Zet de woorden bij de goede plaatjes.

surfen

roeien

waterpolo

Kijk na

3

Lees de woorden.

Kijk naar de plaatjes.

Zet de woorden bij de goede plaatjes.

varen

winnen

zweten

vechten

Kijk na

4

Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

Basketbal is een voorbeeld van een ...

Ik hou niet van ... sporten. Ik doe liever een rustige sport.

We ... een prijs, want we zijn het beste team.

Op een euro staat de ... van de koning.

Jullie doen de oefening niet samen, maar ...

Ik wil mijn spieren versterken. Daarom doe ik ...

Ik ga een ... door het park lopen. Ga je mee?

Twee jongens hadden ruzie. Daarna gingen ze ...

... sporten kunnen gevaarlijk zijn.

Hij antwoordt niet rustig, maar erg ...

0 van de 10 goed.
Kijk na

5

Lees de zin.

Kies het goede antwoord.

Ik heb het hele huis schoongemaakt. Dat kost veel ...

Bij deze oefening moet ik ... met een andere cursist.

We voetballen tegen een ander team. Zij zijn onze ...

Mevrouw Avila is niet zo sterk. Ze heeft weinig ...

Mijn T-shirt is nat, want ik ... heel erg.

Aron vindt zijn nieuwe baan een ... Het is moeilijk, maar wel leuk.

Bij ... speel je met een bal in het water.

Vis heeft mijn ... Dat vind ik lekkerder dan vlees.

Er is veel wind. Dan kun je goed ...

Hou je van een ...? Of sport je liever alleen?

0 van de 10 goed.
Kijk na

6

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik fiets vaak een rondje door de buurt.

Voetbal is een balsport.

Meneer De Jong kan niet goed lopen. Hij heeft geen kracht in zijn benen.

Jan reageert fel. Hij praat hard en blijft niet rustig.

Kijk na

7

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik weet het antwoord niet, maar ik kan even googelen op internet.

Die man is heel sterk. Hij doet veel krachttraining.

We gaan nu geen huis kopen. De prijzen zijn extreem hoog.

Kijk na

8

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Tien kilometer hardlopen is niet makkelijk. Het is een uitdaging.

Ik heb een voorkeur voor deze film. Die film vind ik leuker dan de andere.

Gaan we vandaag winnen van onze tegenstander?

Diana is een sociaal mens. Ze praat met iedereen.

Kijk na

9

Wat hoort bij elkaar?

mountainbiken

de fiets

dansen

de muziek

paardrijden

het dier

varen

de boot

Kijk na

10

Wat hoort bij elkaar?

googelen

het internet

roeien

het water

basketbal

de bal

Kijk na

11

Wat hoort bij elkaar?

de individuele sport

de teamsport

rustig

wild

alleen werken

samenwerken

Kijk na

12

Wat hoort bij elkaar?

de persoon

de mens

de energie

de inspanning

de foto

de afbeelding

Kijk na

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.