Luister naar de zin.
Lees de zin.
Kies het goede antwoord.
Welke sport ... bij jou?
kan
past
Zwemmen is ... iets voor jou.
echt
eerst
Ik moet een keuze ...
maken.
nemen.
Winnen vind ik ... belangrijk.
minder
zeker
... dan aan een baan in de zorg.
Denk
Durf
Dat is voor mij niet ...
genoeg.
gewoon.
... zijn dure sporten.
Die
Dit
Wat wil je ... niet?
zelf
Ze vechten ... elkaar.
tegen
voor
Wat zijn je ...?
voorbeelden
voorkeuren
Sleep het goede woord in de zin.
Je moet nu een keuze maken. Wat kies je?
Hou je van sporten en water? Denk dan eens aan surfen.
Kijk, dit zijn foto's van mijn nieuwe huis. Mooi hè?
Ik wil zeker niet buiten sporten. Dat is veel te koud.
Ik vind plezier maken het belangrijkst. Winnen is minder belangrijk.
Hou je van binnen of buiten sporten? Wat zijn je voorkeuren?
Wat hoort bij elkaar?
Deze kleur past niet
bij mij.
Bij kickboksen vecht je
tegen iemand anders.
Dansen is echt iets
voor jou.
Kies de goede reactie.
We trainen 1 keer per week.
Dat is voor mij niet genoeg.
Het gaat niet over.
Welke sport zal ik kiezen?
Een teamsport is echt iets voor jou.
Een teamsport is echt iets van jou.
Hou je van voetbal?
Nee, die sport vind ik niet lekker.
Nee, die sport past niet bij mij.
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.