Lees de woorden.
Kijk naar de plaatjes.
Zet de woorden bij de goede plaatjes.
hardlopen
kickboksen
stofzuigen
traplopen
fitness
het hart
de spieren
de wc
Lees de zin.
Kies het goede antwoord.
Victor is 20 kilo te zwaar. Hij heeft ...
overgewicht.
overlast.
In de sportschool doe ik ...
aangifte.
fitness.
Ik eet 's middags nooit warm. Dat ben ik niet ...
gewend.
normaal.
's Ochtends doe ik ... werk, bijvoorbeeld strijken en schoonmaken.
huishoudelijk
levensgevaarlijk
Ik heb 20 minuten gerend. Nu heb ik een snelle ...
ademhaling.
ontwikkeling.
Jaap krijgt niet genoeg ... Hij moet meer sporten.
beweging.
uitkering.
De lift was kapot en ik moest vier trappen op. Mijn hart ... snel.
klikt
klopt
Ik moet nog één ... doen en dan ben ik klaar.
klusje
kusje
We doen een ... cursus. We hebben elke dag les en veel huiswerk.
intensieve
langzame
Sonja beweegt elke dag en sport vaak. Ze heeft een goede ...
conditie.
functie.
Het is mooi weer vandaag. De ... op regen is niet zo groot.
kans
keuze
Je moet nu niet stoppen. Je moet ...!
afzeggen
volhouden
Je moet ... 6 uur per nacht slapen. Korter slapen is niet goed.
maximaal
minstens
Sorry, ik ben onze afspraak vergeten. Nu voel ik me ...
nuttig.
schuldig.
Ik ga elke dag naar de sportschool. Daarna voel ik me ...
hip.
fit.
Timmeren is ... zwaar werk. Het kost veel energie.
lichamelijk
psychisch
Jasper doet het niet zo goed op school. Zijn cijfers zijn ...
geweldig.
matig.
Eerst waren er 15 gasten, nu nog maar 10. Het aantal is ...
verlengd.
verminderd.
Sleep het goede woord in de zin.
De buurman had problemen met zijn hart. We hebben de ambulance gebeld.
Roken is ongezond. De kans op een ziekte is groot.
Zijn hart klopt niet meer. Hij is overleden.
Ik moet nog veel klusjes doen in mijn nieuwe huis, zoals verven en schoonmaken.
Meneer Bax zit de hele dag thuis en krijgt niet genoeg beweging.
Kun jij dit optillen? Ik heb niet zulke sterke spieren.
Steeds meer kinderen hebben overgewicht. Ze snoepen te veel en bewegen te weinig.
Ik heb veel gedronken. Nu moet ik naar de wc.
Hoeveel ademhalingen per minuut heb jij na het fietsen?
Ik ga niet mee hardlopen. Ik heb een slechte conditie.
De vloer is vies. Wil jij even stofzuigen?
Traplopen doen we elke dag, thuis of op het werk.
Hugo vindt het moeilijk om te stoppen met roken. Hij kan het niet volhouden.
Kickboksen is een zware sport. Je kunt blessures krijgen.
Ik ben al een paar dagen ziek. Ik voel me niet fit.
Ik ben gewend aan fietsen naar mijn werk. Dat vind ik gewoon.
Dat is mijn fout. Ik ben schuldig.
Opruimen en schoonmaken zijn huishoudelijke taken.
Voetbal is een intensieve sport. Je moet veel rennen en bewegen.
Mevrouw Blom is vaak ziek. Ze is lichamelijk niet sterk.
Vandaag is de wind niet sterk, maar matig.
Wat hoort bij elkaar?
rennen
de taak
de klus
minimaal
kleiner worden
verminderen
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.