Luister naar de zin.
Lees de zin.
Kies het goede antwoord.
Ik sport ... twee keer per week.
minstens
misschien
Uw hart ... snel.
klinkt
klopt
Ik ga ... slapen.
lekker
verder
Het ... de kans op ziektes.
verandert
vermindert
U kunt ... praten.
nogmaals
nog wel
Het helpt ... een gezond gewicht.
met
voor
Het ... geen extra tijd te kosten.
hoeft
gaat
Hij praat op een rustige ...
manier.
mogelijkheid.
Zij is het niet ...
gewend.
gewoon.
Sleep het goede woord in de zin.
Carlos is niet gewend om brood te eten bij de lunch. Dat vindt hij raar.
Fietsen is gezond. Het helpt voor een goede conditie.
Mijn kinderen sporten veel. Ze voelen zich fit.
Het regent, dus we gaan met de auto.
Tarek heeft last van zijn been. Hij kan niet rennen, maar hij kan nog wel lopen.
De docent legt het op een eenvoudige manier uit. Dan begrijp ik het.
Gezond eten vermindert de kans op ziek worden.
Na 10 minuten rennen klopt mijn hart snel.
Drie keer per week schoonmaken is genoeg. Het hoeft niet elke dag.
Het is moeilijk, maar je kan het. Je moet gewoon volhouden!
Kies de goede reactie.
Waarom is sporten goed?
Mensen verdienen genoeg geld.
Mensen voelen zich fitter.
Ik ben moe, dus ik ga naar bed.
Kom binnen!
Slaap lekker!
Hoe vaak doe je boodschappen?
Minstens twee keer per week.
Tussen 12.00 en 14.00 uur.
Hoe ga je naar je werk?
Met de auto.
Met de gewone post.
Ik wil stoppen met de training.
Alles zit vol.
Gewoon volhouden!
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.