Draai je tablet om verder te gaan.

12 Op de basisschool

We zoeken hulpouders

1 Doe de taak

Je opgeven voor activiteiten op school

1

Luister naar de tekst en lees mee.

 

Ik help op school
Een vader en twee moeders vertellen over helpen op school.

Mohamed

Elke week help ik op school met knutselen. Ik ben een knutselvader. Ik ben de enige vader tussen alle moeders!  Ik ga met een klein groepje kinderen bijvoorbeeld verven of timmeren. Mijn zoon, Saïd, zit niet bij mij in het groepje.  Dat vind ik heel goed, want anders ben ik vader en knutselvader tegelijk. Saïd vindt het fantastisch.  Hij is echt trots op me.  Dus, vaders, kom op en kom ook!

Lois

De juf heeft laatst aan mij gevraagd: wil je twee keer per week helpen met lezen? Veel kinderen hebben namelijk moeite met lezen. Ik vind dat heel nuttig en ik wil dat wel doen. Maar ik heb helemaal geen tijd. Daarom heb ik ‘nee' gezegd. De juf begrijpt het gelukkig wel.

Anna

Voor mij is helpen op school ongelooflijk belangrijk. Ik doe het dolgraag, want de sfeer op school is geweldig. Ik ben klassenouder.  Ik help bij activiteiten, bijvoorbeeld bij het afscheid van een leerkracht. Uitstapjes organiseer ik samen met de leerkracht. Ook zorg ik voor een cadeautje of een kaartje bij een langdurige ziekte. 

2

Werk samen. Praat over de vragen. Gebruik opdracht 1.

  1. Wat doet Mohamed op de school van zijn kind?
  2. Wat doet Lois op de school van haar kind?
  3. Wat doet Anna op de school van haar kind?
  4. Wat denk je? Wat kunnen hulpouders nog meer doen op school?

3

Werk samen. Luister naar de gesprekken. Lees de zinnen hardop.

A begint.

Wissel daarna van rol.

 

A is juf of meester.

B is vader of moeder.

Zeggen dat je kunt helpen

A: We zoeken nog hulpouders.

      Kun jij misschien helpen?

B: Ja, ik kan wel helpen.

     Wat kan ik doen?

A: Je kan helpen met knutselen.

     Dan ga je bijvoorbeeld verven en timmeren.

B: Wanneer is dat?

A: Elke vrijdagmiddag.

B: Leuk, dat kan ik wel doen.

      Ik zal me opgeven.

A: Heel fijn, dank je wel.

 

Zeggen dat je niet kunt helpen

A: We zoeken nog hulpouders.

      Wil jij misschien helpen met lezen?

B: Uh, wat moet ik dan doen?

A: Je leest boekjes samen met de kinderen.

      Veel kinderen hebben moeite met lezen.

B: En wanneer is dat?

A: Elke dinsdag- en donderdagochtend.

B: Het spijt me, maar ik heb helemaal geen tijd.

      Ik werk de hele week.

A: Ik begrijp het, geen probleem.

4

Kijk naar de foto's. Schrijf de goede zin.

 

Hoe helpen ouders op de foto? Wat doen ze op school?

Schrijf de goede zin. Kies uit:

- opruimen na het schoolfeest

- helpen tijdens de sportdag

- cakejes maken voor een feest

- helpen bij het overblijven

- meegaan met het schoolreisje

- helpen tijdens de computerles

5

Werk samen. Maak het gesprek af. Gebruik opdracht 4.

 

A is juf of meester.

B is vader of moeder.

A zoekt hulpouders.

A kiest een activiteit van opdracht 4.

A vraagt hulp aan B.

 

A: We zoeken nog hulpouders.

      Kun jij misschien helpen?

B: Ja, ik kan wel helpen.

      Wat kan ik doen?

A: Je kan  .

       .

B: Wanneer  ?

A:  .

B: Prima,  .

A: Heel fijn, dank je wel.



6

Werk samen. Lees het gesprek van opdracht 5 hardop.

A begint.

Wissel daarna van rol.

7

Werk samen. Praat samen. Gebruik opdracht 4.

A begint.

Wissel daarna van rol.

 

A is juf of meester.

B is vader of moeder.

A zoekt hulpouders.

A kiest een andere activiteit van opdracht 4.

A vraagt hulp aan B.

B stelt vragen:

- wat?

- wanneer?

A geeft antwoord.

8

Lees de tekst en het formulier. Beantwoord de vragen.

De vader van Tim kan helpen op school. Hij vult het formulier in.

1 Wanneer kan hij helpen?



2 Wat kan hij doen?



thema 12-taak 4-8-H-100�

9

Werk samen. Praat over de vragen. Gebruik opdracht 8.

Je kind zit op basisschool De Anjer. De school zoekt hulpouders.

  1. Kun je helpen? Wat kun je doen?
  2. Kun je niet helpen? Waarom?
  3. Welke activiteiten vind je leuk?
  4. Welke activiteiten vind je niet zo leuk?

10

Vul het formulier in.

Je hebt een dochter in groep 3. Haar naam is Saida.

Je kan op school helpen. Je vult het formulier in.

 

Bedenk zelf:

- Wanneer kan je helpen?

- Wat kun je doen?

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.