Draai je tablet om verder te gaan.

12 Op de basisschool

Mijn dochter heeft koorts

1 Doe de taak

Een kind ziek melden

1

Luister naar de tekst en lees mee.

 

Ik voel me niet lekker
Sahar ligt in bed. Ze is ziek en kan niet naar school.

Moeder

Sahar, opstaan. De wekker is al lang gegaan. Het is al half acht. Het is de hoogste tijd. Je moet naar school.
Opschieten nou. Je moet nog douchen.

Sahar

Mam?

Moeder

Waar is je rugzak eigenlijk? Heb je die al gepakt? En je broodtrommel? Zit die nog in je rugzak? En waar is je agenda? En je etui?

Sahar

Ik voel me niet lekker. Ik heb het heet. En ik heb keelpijn en pijn aan mijn nek. Mijn haar is helemaal nat.

Moeder

Laat me je gezicht eens voelen. Ja, je hebt koorts. Ik zal je ziek melden. Wat vervelend nou. Ik heb je twee weken geleden ook al ziek gemeld. Maar ja, ziek is ziek.

Sahar

Ga je de school bellen?

Moeder

Ik heb de vorige keer de school gebeld. Maar ik ga deze keer een e-mail sturen. Blijf maar rustig liggen. Ik regel het allemaal.

Sahar

Ik heb zo'n dorst.

Moeder

Ik breng je zo een lekkere kop thee met honing. Dat is goed voor je keel. Je hebt geen honger, denk ik.

Sahar

Nee, bah.

Moeder

Ik kom zo terug, schat. Maar ik schrijf nu eerst even die mail.

2

Werk samen. Praat over de vragen. Gebruik opdracht 1.

  1. Waarom gaat de moeder naar de kamer van haar dochter?
  2. Het meisje is ziek. Welke klachten heeft ze?
  3. Wat gaat de moeder doen?

3

Werk samen. Luister naar het gesprek. Lees de zinnen hardop.

A begint.

Wissel daarna van rol.

 

A werkt op een school.

B is de ouder van een kind.

Een kind ziekmelden

A: Goedemorgen, basisschool De Regenboog.

      Wat kan ik voor u doen?

B: Goedemorgen, ik ben de ouder van Sahar.

      Ik wil mijn dochter ziekmelden.

A: In welke groep zit uw dochter?

B: Ze zit in groep 3, bij meester Bart.

A: Welke klachten heeft ze?

B: Ze heeft koorts en keelpijn.

A: Wat vervelend.

      Wat denkt u? Blijft ze lang ziek?

B: Ze is over twee dagen wel beter, denk ik.

A: Nou, veel beterschap dan!

B: Dank u wel, tot ziens.

4

Werk samen. Kijk naar de foto. Maak het gesprek af.

A werkt op een school.

B is de ouder van een kind.

B wil een kind ziekmelden.

B gebruikt de foto.

 

12.2.4 300

A: Goedemorgen, basisschool De Regenboog.

      Wat kan ik voor u doen?

B: Goedemorgen, ik ben de ouder van  .

      Ik wil  .

A: In welke groep zit uw kind?

B:  .

A: Welke klachten heeft uw kind?

B:  .

A: Wat vervelend.

      Wat denk u? Blijft uw kind lang ziek?

B:  .

A: Nou, veel beterschap dan!

B:  .



5

Werk samen. Lees het gesprek van opdracht 4 hardop.

A begint.

Wissel daarna van rol.

6

Werk samen. Doe opdracht 5 nog een keer.

A begint.

A kiest een foto.

Wissel daarna van rol.

B kiest een andere situatie.

 

thema 12-taak 2-6-H-100%

7

Lees de e-mail. Beantwoord de vragen.

Fatima stuurt een e-mail naar de school van haar dochter.

1 Wat is het e-mailadres van de school?



2 Aan wie schrijft Fatima de e-mail?



3 Wat is het onderwerp van de e-mail?



4 Welke woorden staan aan het begin van de e-mail?



5 Welke woorden staan aan het einde van de e-mail?



thema 12-taak 2-7-H-100�

8

Schrijf een e-mail. Gebruik opdracht 7.

Je kind is ziek en kan niet naar school gaan.

Je schrijft een e-mail aan de juf of meester.

Gebruik het voorbeeld van opdracht 7.

 

Bedenk:

- Aan wie schrijf je de e-mail?

- Wat is het onderwerp van de e-mail?

- Welke klachten heeft je kind precies?

- Wanneer is je kind terug op school?

- Wat schrijf je aan het eind van de e-mail?

Stuur naar je docent

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.