Draai je tablet om verder te gaan.

12 Op de basisschool

Mijn dochter heeft koorts

1 Woorden oefenen

1

Lees de woorden.
Kijk naar de plaatjes.
Zet de woorden bij de goede plaatjes.

de agenda

de broodtrommel

het etui

de rugzak

Opnieuw invullen

2

Lees de woorden.
Kijk naar de plaatjes.
Zet de woorden bij de goede plaatjes.

de douche

het haar

de honing

de wekker

Opnieuw invullen

3

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

We wonen met vier mensen in dit appartement en we leren nu ... Nederlands.

Wat een mooie schoenen! Laat me die ... zien.

Heb je gerend? Je ... is helemaal rood!

We zijn bijna te laat. We moeten echt ...!

Heb je alle spullen? Heb je je broodtrommel al van de tafel ...?

Mijn vriendin doet niets. Ik heb de hele vakantie ...

Ik heb volgende week woensdag misschien tijd. Ik kijk even in mijn ...

7 van de 7 goed.
Opnieuw invullen

4

Lees de zin.
Kies het goede antwoord.

O ..., ik mis je zo. Ik hou van je.

Heb je het warm? Laat me je nek eens ...

Kun je alsjeblieft minder lang ...? Je gebruikt echt te veel water.

Hij doet snel zijn ... in zijn rugzak en gaat naar school.

Ik hou niet van ... op mijn brood. Ik vind dat veel te zoet.

Ik moet morgen vroeg opstaan. De ... gaat om zes uur 's ochtends.

Hij heeft honger en pakt een boterham met kaas uit zijn ...

7 van de 7 goed.
Opnieuw invullen

5

Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.

Iedereen is moe. We willen allemaal wel een vrije dag.
Wat een vieze banaan is dit, bah!
Wat een leuk spelletje! Mag ik het ook eens proberen?

Opnieuw invullen

6

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Ik kan nooit eens rustig fietsen. Ik moet altijd opschieten.
Eindelijk is het weekend. Dan kan ik heerlijk laat opstaan.
Ik moet onze afspraak helaas verzetten. Kun je je agenda even pakken?

Opnieuw invullen

7

Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.

We gaan binnenkort verhuizen en we moeten nog een nieuwe school regelen voor onze kinderen.
Deze trui is heel zacht. Voel maar.
Veel plezier op vakantie! Kom je snel weer terug?

Opnieuw invullen

8

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Mewael heeft liever een rugzak dan een grote tas. Hij vindt dat veel handiger.
Hoi schat, ik ben over een half uur thuis.
Ik moet iets drinken. Ik heb verschrikkelijk veel dorst.
Leah moet naar de huisarts. Ze heeft al twee weken last van haar nek.

Opnieuw invullen

9

Lees de zin.

Sleep het goede woord in de zin.

Heeft Jana nog griep? Of is ze al beter?
Er zijn nu ook veel mannen met lang haar.
Dennis heeft Dirk vorige week nog gebeld.

Opnieuw invullen

10

Lees de zin.
Sleep het goede woord in de zin.

Je bent misschien verkouden. Heb je ook pijn in je keel?
Hij is heel aardig en hij heeft ook een leuk gezicht.
Je bent niet erg gezellig vanmiddag. Heb je misschien honger?

Opnieuw invullen

11

Wat hoort bij elkaar?

de honger

de dorst

beter

ziek

vorig

volgend

Opnieuw invullen

12

Wat hoort bij elkaar?

bah

vies

opstaan

naar bed gaan

weggaan

terugkomen

de keel

de nek

Opnieuw invullen

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.