Luister naar de tekst.Kies het goede antwoord.
Sahar ligt nog in bed. Het is half ...
zeven.
acht.
Sahar moet nog ...
douchen.
eten.
Haar moeder heeft de rugzak van Sahar ...
gepakt.
niet gepakt.
Haar moeder voelt aan haar ...
haar.
gezicht.
Sahar heeft ...
koorts.
geen koorts.
Haar moeder gaat de school ...
e-mailen.
bellen.
Sahar wil ...
iets eten.
iets drinken.
Luister naar de tekst.Sleep de goede woorden in de zin.
Ik voel me niet lekker Sahar ligt in bed. Ze is ziek en kan niet naar school.
Sahar, opstaan. De wekker is al lang gegaan. Het is al half acht. Het is de hoogste tijd. Je moet naar school.Opschieten nou. Je moet nog douchen.
Mam?
Waar is je rugzak eigenlijk? Heb je die al gepakt? Waar is je broodtrommel? Zit die nog in je rugzak? En waar is je agenda? En je etui?
Ik voel me niet lekker. Ik heb het heet. En ik heb keelpijn en pijn aan mijn nek. Mijn haar is helemaal nat.
Laat me je gezicht eens voelen. Ja, je hebt koorts. Ik zal je ziek melden. Wat vervelend nou. Ik heb je twee weken geleden ook al ziek gemeld. Maar ja, ziek is ziek.
Ga je de school bellen?
Ik heb de vorige keer de school gebeld. Maar ik ga deze keer een e-mail sturen. Blijf maar rustig onder je dekbed liggen. Ik regel het allemaal.
Ik heb zo'n dorst.
Ik breng je zo een lekkere kop thee met honing. Dat is goed voor je keel. Je hebt geen honger, denk ik.
Nee, bah.
Ik kom zo terug, schat. Maar ik schrijf nu eerst even die mail.
Luister naar de tekst en lees mee.
Waar is je rugzak eigenlijk? Heb je die al gepakt? En je broodtrommel? Zit die nog in je rugzak? En waar is je agenda? En je etui?
Ik heb de vorige keer de school gebeld. Maar ik ga deze keer een e-mail sturen. Blijf maar rustig liggen. Ik regel het allemaal.
Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.