Draai je tablet om verder te gaan.

12 Op de basisschool

Hoe gaat het op de basisschool?

1 Doe de taak

Praten over de basisschool

1

Lees de tekst.

 

taak 1-1-100%

2

Kijk naar de foto. Schrijf het goede woord.

Welke activiteiten zie je op de foto? Zoek de woorden in de tekst van opdracht 1.

Schrijf het woord bij de foto.

3

Werk samen. Luister naar het gesprek. Lees de zinnen hardop.

A begint.

Wissel daarna van rol.

 

A stelt vragen over de basisschool in Nederland.

B geeft antwoord.

Praten over de basisschool

A: Op welke leeftijd gaan kinderen naar de basisschool?

B: Kinderen gaan vanaf 4 jaar naar school.

A: Hoeveel jaar duurt de basisschool?

B: De basisschool duurt acht jaar.

A: Is de basisschool verplicht?

B: Ja, de basisschool is voor alle kinderen verplicht.

A: Hoeveel kost de basisschool?

B: De basisschool is gratis.

A: Praten ouders met de juf of meester?

B: Ja, ouders praten met de juf of meester.

A: Helpen ouders met activiteiten op school?

B: Ja, ouders helpen vaak op school.

A: Wat voor kleren dragen kinderen?

B: Kinderen dragen hun eigen kleren.

      Ze dragen geen uniform.

A: Welke vakken krijgen kinderen?

B: Kinderen leren lezen, schrijven en rekenen.

      En ze tekenen, knutselen en maken muziek op school.

      Ze leren ook een nieuwe taal.

4

Werk samen. Praat samen.

A begint.

Wissel daarna van rol.


A heeft een kind van drie jaar.

A wil informatie over de basisschool in Nederland.

A stelt drie vragen.

B geeft antwoord.

B kan de tekst van opdracht 1 gebruiken.

5

Lees het schema. Kruis aan.

 

Wat is in je herkomstland hetzelfde? En wat is anders?

6

Beantwoord de vragen.

Schrijf over de basisschool in je herkomstland.

 

1 Op welke leeftijd gaan kinderen naar de basisschool?

Kinderen ...



2 Hoeveel jaar duurt de basisschool?

De basisschool ...



3 Is de basisschool verplicht?

De basisschool is ...



4 Hoeveel kost de basisschool?

De basisschool ...



5 Praten ouders met de juf of meester?

Ouders ...



6 Helpen ouders met activiteiten op school?

Ouders ...



7 Wat voor kleren dragen kinderen?
Kinderen ...



8 Welke vakken krijgen kinderen?

Kinderen ...



7

Werk samen. Praat over de vragen van opdracht 6.

A stelt de vragen.

B geeft antwoord in een hele zin.

Wissel daarna van rol.

8

Lees het bericht. Schrijf een reactie.

Je krijgt een bericht van een klasgenoot.

Geef informatie over de basisschool in Nederland. Beantwoord alle vragen.

Stuur naar je docent

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.