Draai je tablet om verder te gaan.

10 Wat koop je?

Ik zoek een stofzuiger

1 Doe de taak

Vertellen waar je spullen koopt

1

Luister naar de tekst en lees mee.

 

Kijk jij op internet?
Mary en Kim praten over een stofzuiger kopen.

Mary

Zeg Kim, ik zoek een stofzuiger.
Een goedkope.
Maar hij moet wel goed zijn.
Wat zal ik doen?
Kijk jij op internet voor een stofzuiger?

Kim

Ja natuurlijk.
Dat is echt de makkelijkste manier.

Mary

Hoe doe je dat dan?

Kim

Ik kijk op een site met veel bekende merken.
Ze vergelijken die merken daar.
Je kunt de verschillen tussen de merken zien en je kunt alle prijzen zien.
Zo kun je de stofzuigers perfect vergelijken.
En daarna kun je dan goed beslissen.

Mary

Ik doe dat eigenlijk nooit.
Het is wel handig.
Maar ik koop een stofzuiger toch liever in de winkel.
Ik wil zien wat ik koop.
En ik kan dan ook nog advies krijgen.

Kim

Maar ik bestel een stofzuiger ook niet via internet.
Ik kijk eerst op internet.
En koop het ding daarna gewoon in de winkel.
Dat vind ik echt de prettigste manier.

Ik ga naar de kringloopwinkel
Fikru wil een tv kopen.
Hij praat met zijn vriend Gebre.

Fikru

Hé, ga je met me mee? 
Ik kan nu eindelijk een tv kopen. 
Ik heb wat geld geleend van mijn neef.

Gebre

Wat ben je van plan?
Hoeveel geld wil je besteden?

Fikru

Maximaal 100 euro. Meer heb ik niet.
Wat denk je? Is dat voldoende?

Gebre

Niet voor een nieuwe tv.
Dat is onmogelijk.
Wel voor een tweedehands tv.  
Laten we naar de kringloopwinkel gaan.
Je kunt daar een hele goede kopen voor dat geld.
Misschien zelfs twee.

Fikru

Goed idee; kom op, we gaan nu meteen.

2

Werk samen. Praat over opdracht 1.

  1. Wat wil de vrouw kopen?
     
  2. Wat is het advies van haar vriendin?
     
  3. Wat wil de man kopen?
     
  4. Wat is het advies van zijn vriend?

3

Werk samen. Luister naar de gesprekken. Lees de zinnen hardop.

A begint.

Wissel daarna van rol.

Vertellen waar je spullen koopt

A: Ik wil een stofzuiger kopen.

B: Koop je die nieuw of tweedehands?

A: Ik koop een nieuwe stofzuiger.

B: Koop je hem op internet of in de winkel?

A: Ik kijk eerst op internet.

      Daarna koop ik hem in de winkel.

B: Bij welke winkel koop je de stofzuiger?

A: Ik koop hem bij de MediaMarkt.

B: Hoeveel geld wil je ongeveer besteden?

A: Dat weet ik nog niet.

A: Ik wil een tv kopen.

B: Koop je die nieuw of tweedehands?

A: Ik koop een tweedehands tv.

B: Koop je hem op internet of in de winkel?

A: Ik koop hem op internet.

Ik koop bijna nooit spullen in de winkel.

B: Bij welke winkel koop je de tv?

A: Ik koop hem via Marktplaats.

B: Hoeveel geld wil je ongeveer besteden?

A: Ik wil maximaal 100 euro besteden.

4

Vul in. Waar koop je het?

 

5

Werk samen. Praat over opdracht 4.

A begint.

Wissel daarna van rol.

 

A kiest een van de spullen in opdracht 4.

A vraagt:

  • Koop je het nieuw of tweedehands?
  • Koop je het op internet of in de winkel?
  • Bij welke winkel koop je het?
  • Hoeveel geld wil je ongeveer besteden?

B geeft antwoord:

  • Ik koop het ...
  • Ik wil ... besteden.

6

Kijk naar de foto's. Beantwoord de vragen.

 

Je wilt een laptop kopen.

Je zoekt op internet. Kijk naar de foto's.

 

1. Welke laptop kies je: nieuw of tweedehands?



2. Waarom kies je die laptop?



thema 10-taak3-6-H-100�

7

Werk samen. Praat samen. Gebruik opdracht 6.

A begint.

Wissel daarna van rol.

 

A wil een laptop kopen.

A twijfelt: nieuw of tweedehands?

A ziet twee laptops op internet.

A vraagt advies aan B.

B geeft advies. B gebruikt opdracht 6:

- Welke laptop moet A kopen?

- Waarom?

8

Werk samen. Praat samen. Gebruik de foto's.

A begint.

Wissel daarna van rol.

 

A wil een wasmachine kopen.

A twijfelt: nieuw of tweedehands?

A ziet twee wasmachines op internet.

A vraagt advies aan B.

B kijkt naar de foto's en geeft advies:

- Welke wasmachine moet A kopen?

- Waarom?

 

thema 10-taak 3-8-H-100�

9

Lees het bericht. Schrijf een reactie.

Je krijgt een bericht van een vriend.

Beantwoord de vragen.

Stuur naar je docent

Foutje!

Er is een fout opgetreden. Probeer het opnieuw.