Praten over kleren voor een feest
A: Wat ga jij op het feest aantrekken?
B: Ik heb nog wel een nette broek.
En ik draag een bruin jasje.
Ik heb ook wat nieuws nodig.
A: Wat wil je kopen?
B: Ik heb nieuwe schoenen nodig.
En ik wil wel een nieuw overhemd.
En jij? Wat draag jij?
A: Ik draag een gele broek.
Ik heb nog wel goede schoenen.
Ik wil ook wat nieuws kopen.
B: Wat heb je nodig?
A: Ik wil een net T-shirt kopen.
Of een nette trui.
B: Waar koop je dat?
A: Bij de H&M.